woensdag 8 juni 2016

Het burger weeshuis in Delfshaven






Als je langs de waterkant dichterbij komt zie je een statig en groot huis met heel veel ramen en van opvallende lengte, het gevolg van een latere bij trekking van de vroegere blokmakerij van de heer Post. Dat latere stuk is het stuk rechts naast de regenpijp.  Volgens beschrijvingen zie je als je door de voordeur komt dat de vloer van marmer is en de muren in de gang witgekalkt zijn, die doorloopt tot de achterzijde van het huis, waar men door een deur met vensters uitziet op een flinke tuin. Een volgende gang, haaks op de eerste staande, brengt je naar de  vleugel van het gebouw, dat bij nader toezien de vorm van een L blijkt te hebben, met het lange been aan de Voorhaven en het korte uitstekend in de tuin. Beneden vindt je de ruime regentenkamer, de woon- en eetkamers en de keuken, boven enkele werk- en slaapvertrekken en de badkamer, en daarboven de zolders. De plafonds zijn rijkelijk versierd met stuckwerk zo ook de  schouwen in de gang en enkele kamers wijzen nog op de vroegere grootheid van dit voormalige herenhuis. In de regenten kamer staan nog een tweetal fraaie antieke kabinetten die herinneren aan vervlogen tijden.

Het oudste gedeelte van dit Rijksmonument is in 1762 gebouwd als woonhuis aan de Voorhaven 57, in opdracht van Cornelis de Wit en Helena Westerbeek, die twee jaar later trouwden. Na een aantal verervingen kwam dit prachtige   huis in bezit van Cornelis van der Straal, die op 5 mei 1872 overleed te Delfshaven. Zijn laatste wens was om voor Delfshaven het bezit van een eigen weeshuis mogelijk te maken, waartoe hij o.m. zijn woonhuis aan de Voorhaven met tuin en omliggende huizen had bestemd. Samen met de meubels en de rest van de inboedel.Zijn broeder, Nicolaas van der Straal, optredende als uitvoerder van zijn uiterste wil, gaf door middel van een mandaat kennis van de voorgenomen schenking aan de Diaconie der Hervormde Gemeente, met voorbij gaan aan een andere  commissie. Nadat hij er echter van andere zijde op attent gemaakt was, dat tot hetzelfde doel reeds sinds 1861 een commissie uit de burgerij werkzaam was, verlangde hij, dat beide instellingen een gemeenschappelijke commissie zouden vormen, waaraan de schenking en het beheer daarvan zou kunnen worden opgedragen. Een andere voorwaarde was, dat het weeshuis bestemd zou zijn voor wezen van alle protestantse gezindten. Er werd tevens gezorgd dat de gemeente voldoende geld zou toekomen om de wezen te verzorgen, door de invoering van een vaste wezen collecte in de Oude Kerk. Deze werd mogelijk gemaakt door de schenking van enige huizen van de familie van der Straal aan de Hervormde Gemeente.


    weesjes in de achtertuin. 

Geen opmerkingen: