zondag 7 september 2014

Mijn 4x overgrootvader Willem Bijl (1756-1835)




Hij werd vermoedelijk in 1756 geboren in 's-Gravendeel. Evenals zijn vader Gijsbert Bijl, oefende hij het smidsvak uit, gecombineerd met een praktijk als veearts. Als zodanig vestigde hij zich in 1793 te Oud-Beijerland, in 1801 te Mijnsheerenland, in 1819 te Numansdorp en tenslotte in 1823 te Barendrecht. Begin 1790 was hij gehuwd met Elisabeth Stoker, die hem twaalf kinderen schonk. 

Zijn smederij bevindt zich recht tegenover het oude raadhuis. Het gerecht heeft hem toestemming verleend om naast het raadhuis een hoefstal te plaatsen.


Kind(eren):
1.      Gijsbert Bijl 1790-????
2.      Cornelis Bijl 1791-1865 
3.    Dirk Bijl  1793-1871 
4.       Ingetje Bijl 1794-1853 
5.       Pieternella Bijl  1796-????
6.      Pieter Bijl 1797-1850 
7.       Elizabeth Bijl 1800-1863 
8.     Willem Bijl 1803-????
9.      Dirkje Bijl 1804-????
10.   Willempje Bijl 1805-????
11.   Jannigje Bijl  1807-1842 
12.     Dirkje Bijl  1809-1899

      Van  Willem heb ik dit boekje bij een antiquair gevonden, waaruit ik zijn verhaal verkort hier neerzet, zodat we ook deze man een beetje meer leren kennen.

In 1798 werd hij genoemd onder de patriotsgezinde inwoners van Oud-Beijerland. Na zijn bekering werd Bijl op 4 juli 1800 lidmaat van de gereformeerde gemeente in die plaats. In Mijnsheerenland werd hij enkele malen tot ouderling gekozen. Met het schrijven van zijn bekeringsgeschiedenis begon hij in december 1823. Hij stierf op 10 februari 1835 in Barendrecht; zijn weduwe overleed op 20 januari 1839 in Oud-Beijerland.

Een goede gereformeerde opvoeding
In het algemeen laat de opvoeding die de autobiografen in hun jeugd ontvangen hebben, zich met de woorden van sommigen onder hen aanduiden als „ordentelijk", „zedelijk en burgerlijk", „zeedig en godsdienstig". Het doel van zo'n opvoeding bestond in het actief deelnemen aan het kerkelijke en maatschappelijke leven. Van jongsaf raakten de kinderen vertrouwd met de beginselen der christelijke religie: er werd thuis gebeden en uit de bijbel gelezen en ze gingen mee naar de kerk. Vervolgens mochten ze naar school om lezen, schrijven en rekenen te leren, en werden ze door de schoolmeester en de dominee onderwezen in de gereformeerde leer, aan de hand van de Heidelbergse catechismus. En verder moesten ze, gewoonlijk vanaf hun twaalfde jaar, helpen in de kostwinning en zich voorbereiden om straks zelfstandig een bestaan op te bouwen en een gezin te kunnen stichten.

Maar dan verhaalt Willem van zijn bekering:
Willem Bijl noemt zich aan het begin van zijn verhaal een „snood rebel, welke het 36 jaren tegen den Heere uitgehouden heeft".

Krachtdadig bekeerd
Dat gebeurde tijdens een wandeling over een eenzame weg om hulp te verlenen aan een ziek paard. Bijl zag toen vier arbeiders werken op een zaailand, die hij vergeleek met de vier predikanten die in zijn leven aan zijn ziel hadden gearbeid. Bleef hij onbekeerd, dan zou hij eenmaal als onkruid buiten de hemelschuur gehouden worden. Tranen liepen over zijn wangen, toen hij inzag hoe zwaar hij tegen God had gezondigd. Thuisgekomen, kon hij tegen zijn
verbaasde vrouw geen woord uitbrengen, en 's nachts bleef hij op om zijn hart voor God bloot te leggen. In de bijbel las hij de gelijkenis van de tien melaatsen; zó moest hij nu ook gereinigd
worden, 's Zondags ging hij zowaar naar de kerk, waar dominee Resler juist preekte over Na£man de Syriër, die door de profeet Elisa van zijn melaatsheid werd genezen. Ook bezocht Bijl sinds zes jaar weer de openbare gemeente-avond over de Heidelbergse catechismus.
De echtgenote van Willem Bijl , Lijsbeth Stoker had vermoedelijk niet veel op met haar man, sinds die als een blad aan een boom veranderd was. Eens kreeg zij een zware koorts, waarop de dood leek te zullen volgen. Willem voelde zich aangespoord voor haar te bidden
„niettegenstaande zij mij eene groote hinderpaal tot het goede was, en al het kruis, welke ik van haar moest ondervinden". Ze herstelde, en kort daarna werd Willem slachtoffer van een
vrouwelijke „list". Onder schone beloften dwong zij hem om alle zonden vanaf zijn jeugd aan haar te verhalen. Dit zou „rampzalige gevolgen" voor de verdere verhouding hebben, en „mij een kruis veroorzaken, zoo lang als ik nog op de wereld verkeeren zal"
Iets ontvankelijker voor het geloof leek de inwonende schoon-moeder van Willem Bijl ( Ariaantje Ham) . In een nacht kreeg hij de openbaring dat zij spoedig zou sterven. Zij  werd inderdaad ziek, waarna Willem haar voortdurend opwekte om zich tot de Verlosser van zondaren te wenden. Haar laatste woorden waren: „ik kan niet bidden, maarals de Geest mij leert bidden, dan zal ik bidden".

Willem Bijl, de onverschillige smid uit Oud-Beijerland, was rond z'n veertigste jaar lidmaat noch kerkganger, toen hij bekeerd werd. Hij trof direct voorbereidingen om zich bij de gemeente te voegen.  Hoewel de belijdeniscatechisatie al ten einde liep, werd hij alsnog toegelaten, nadat dominee Resler hem had getoetst „over eenige kenmerken der bevindingen", en ook dominee 1'Allemand met blijdschap had aangehoord hoe hij zijn leven aan Jezus had gegeven. Hij maakte nog twee lessen mee alvorens hem en enkele andere kandidaten voor de kerkeraad drie vragen werden voorgelegd over Christus als Zoon van God de Vader en als Borg en Middelaar voor zondaren. Nadat hij was aangenomen, werd Bijl op zondagavond uitgenodigd voor het gezelschap in de pastorie, waar hij tot genoegen van de aanwezige vromen zijn bekeringsweg vertelde.
Ook Willem Bijl vreesde bij zijn bekering nu voor„dominésman" versleten te zullen worden. „Bijltje wil ook al fijn worden", schamperde een dorpsgenoot reeds. Hij had zijn
antwoord klaar: „ik wensch dat God mij zoo fijn zal maken als het fijnste goud van Ofir". Die zondag sprak dominee Resler vanaf de kansel vermanende woorden tegen de bespotters van
Gods volk.

Willem Bijl kreeg een visioen terwijl hij op bed lag. Hij zag „in het noorden een draak,
met twee lamsooren, en een driekante peil in den mond als een harpoen". Inderhaast riep hij een godvrezende buurman tot getuige, maar het beeld bleek al weer weg. Na een gebed behaagde
het God de betekenis ervan aan Bijl te openbaren. De draak was de duivel, die de vier hoeken der aarde omgaat om de mensen te verleiden. „En dit gezicht geschiedde in dien tijd toen de
Franschen bijna over de geheele aarde verspreid waren", de periode waarin ook het Nederlandse volk werd bezocht vanwege zijn „ongodsdienstigheid", „losbandigheid en lichtzinnigheid".

De geringe populariteit van de gereformeerde vromen speelde hen dus op alle niveau's van de samenleving parten. In de kerk, op het werk, in dorp of stad werden ze vaak met de nek
aangekeken. Men kon maar moeilijk begrijpen waarom de 'fijnen' zich het leven zo zuur maakten, en men deed ook geen moeite om het te begrijpen. Eerder keek men met argusogen naar hun gedrag, koren op de molen zoekend om hen voor „een partij huichelaren en geveinsden" uit te maken. Zo viel het voor de piëtisten niet mee om op een positieve manier in de samenleving te functioneren, laat staan om anderen voor hun levensovertuiging te winnen. In de politiek hadden ze al helemaal niets in de melk te brokkelen, hoezeer ze ervan overtuigd waren dat Gods kinderen niets minder dan het bestaansrecht van de natie vertegenwoordigen.


vrijdag 29 augustus 2014

Boterclomp- Boterklomp

In mijn genealogie komt deze naam voor, beginnend als alias. Dat was ik nog niet eerder tegen gekomen, dus vond dat wel interessant. Niet dat deze familie heel dicht bij mij staan, want de stamvader is mijn 10 keer overgrootvader. Maar de familienaam intrigeerde mij wel en daarom krijgen ze een plaatsje op mijn blog.
De familie komt vanaf de Kijfhoek naar Ridderkerk en woont en werkt daar. Heb jammer genoeg verder geen bijzondere passages gevonden van hen dan alleen deze aparte familie naam.

Kijfhoek
In een donk in het stroomgebied van het riviertje de Devel zijn potten gevonden met voedselresten die door middel van dekoolstof- 14 - datering konden worden gedateerd in de Vlaardingercultuur (3500–2500 v.Chr.). Gevonden koolstofresten kunnen op bewoning in het mesolithicum  (5500-4100 v.Chr.) wijzen. Deze vindplaats zal tot archeologisch monument verklaard worden omdat donken met neolithische en mesolithische bewoning ook internationaal zeer zeldzaam zijn.
In 1322 vond een watersnood plaats (de Stormvloed van 1322) waarbij grote stukken van de Zwijndrechtse Waard onder water kwamen te staan en vele levens verloren gingen. Dit was voor graaf Willem III van Holland aanleiding om bedijkingsplannen te ontwikkelen. In een oorkonde van 14 januari 1331 bepaalde hij dat ‘degenen die delen van de Zwijndrechtse Waard bedijkten, ambachtsheer werden van dat deel van de Waard’. Door die oorkonde ontstonden deambachtheerlijkheden, waarvan de meeste werden genoemd naar hun bedijkers: Schobbelands Ambacht, Heer Oudelands Ambacht, Groote en Kleine Lindt, Heerjansdam, Kijfhoek , Meerdervoort, Sandelingen Ambacht en Alewijns Ambacht.
In 1332 werd het kasteel Develsteijn op Lievershille gebouwd. Dit kasteel heeft bestaan tot 1824. In 2005 zijn er enkele proefsleuven gegraven op de plek waar het kasteel gestaan heeft. Het idee om het kasteel te herbouwen kreeg daardoor een nieuwe impuls.

Kijfhoekkerk
Met de bedijkingwerkzaamheden werd de Devel bij Groote Lindt en bij Kleine Lindt afgedamd. In de periode na de bedijkingwerkzaamheden (na 1337), werd waarschijnlijk Kijfhoek gevestigd. In 1368 werd in ieder geval het monumentale kerkje van Kijfhoek gebouwd dat nog steeds op een terp aan de rand van de Devel staat. Deze Kijfhoekkerk vertoont bouwkundig gezien zowel kenmerken van de gotische als van de romaanse bouwstijl. Waarschijnlijk kwamen vroeger veel kerkgangers per schuit.
Het dorpje is door de tijden heen altijd klein gebleven. Zo telde het in 1515 zes huizen en een klooster. Het was dit klooster dat het dorp betekenis gaf. Het klooster Eemsteijn, gelegen bij Munnikensteeg werd ingewijd in 1435 en was bijna anderhalve eeuw een soort streekcentrum; het werd verwoest in 1572 door een Geuzenvendel. Van het klooster is niets bewaard gebleven.
Kijfhoek ging per 19 augustus 1857 op in de gemeente Groote Lindt die in1881 opging in de gemeente Zwijndrecht.
In 1926 werd de Devel bij Kijfhoek drooggelegd. Door een wijziging in het systeem van bemaling van de polders verloor de Devel haar functie op dit gebied.
Het kerkje werd gerestaureerd in 1927 maar door geldgebrek werden deels machinale stenen gebruikt; grove planken vervingen het dakbeschot. Vanaf 1992 is het kerkje opnieuw en deskundig gerestaureerd.


Hier het overzicht van mijn het stukje Boterklomp familie uit mijn genealogie. We gaan wel weer een aardig tijdje terug in de tijd naar de door mij gevonden 10 x overgrootvader (wat een woord is dat):

Teunis Sijmons, hij is bouwman te Kijfhoek, geboren rond 1585 en is overleden ca. 1655. In 1610 trouwt Teunis voor de eerste keer maar het blijft voor mij een onbekende vrouw, want dit huwelijk kan ik niet terug vinden. In 1615 trouwt hij voor de tweede maal met Leentje Jacobs.

Van Teunis en Leentje heb ik 1 zoon gevonden Cornelis Teunis Simons, ook hij is bouwman, en hij draagt het alias Boterclomp, geboren te Kijfhoek ca. 1615 en in Kijfhoek trouwt hij op 4 juni 1638 met Anneke Pieters uit Hendrik Ido Ambacht, waar zij ca 1615 werd geboren. Zij wonen samen aan de Pruijmendijck onder Ridderkerk. Gevonden heb ik vijf kinderen van dit echtpaar.

1. Pieter Cornelis Boterclomp, geboren in 1639 te Ridderkerk maar gedoopt in Hendrik Ido Ambacht  op 19-juni 1639, arbeider,bouwman,  hij is overleden ergens tussen 1683/84 en hij trouwt met Maijken Geerits. Waar en wanneer is mij nog niet bekend. Van dit echtpaar heb ik  vier kinderen getraceerd.
                                1. Jacob Pieters Boterclomp, gedoopt Ridderkerk 3 december 1673
                                2. Anneken Pieters Boterclomp, gedoopt Ridderkerk 23 december 1674
                                3. Cornelis Pieter Boterclomp, gedoopt Ridderkerk 11 augustus 1680, hij trouwt
                                    Ridderkerk op 1 mei 1701 met Barber Aertsdr. den Hoed(t), dochter van
                                    Aert Janse den Hoed(t) en Leijgje Pieters Huijser.  Zij krijgen 8 kinderen,
                                   waaronder hun dochter Marijtje Cornelisd. Boterclomp die op 6 februari 1734        
                                    in Ridderkerk trouwde met Leendert Bakker en zo in mijn genealogie terecht kwam.
                                4. Marijnus Pieters Boterclomp, gedoopt Ridderkerk 21 december 1681.

2. Leentje Cornelisdr. Boterclomp, gedoopt in Hendrik Ido Ambacht op 9 december 1642, zij gaat ten ondertrouw in Rijsoord op 5 maart 1667 en  trouwt in Hendrik Ido Ambacht in 1667 met Huijg Ariens de Zeeuw. Zij woonden aan de Drogendijck in 1667.

3. Marieke Cornelisdr. Boterclomp, gedoopt Hendrik Ido Ambacht op 27 november 1644.

4. Jacob Cornelis Boterclomp, gedoopt in Hendrik Ido Ambacht op 7 april 1647.

5. Dammis Cornelis Boterclomp, gedoopt Hendrik Ido Ambacht 9 juni 1652, boer te Ridderkerk, Damis overlijd te Ridderkerk op 13 mei 1711, 59 jaar oud. Op 13 november 1767 trouwt hij in Ridderkerk met Marijtje Rogiersdr. Rouwsel, zij werd gedoopt in Ridderkerk op 9 februari 1653. Van dit echtpaar heb ik 7 kinderen gevonden die zich allemaal  noemde: Alias boer Boterklomp.
                                1. Cornelis Dammis Alias boer Boterklomp, gedoopt Ridderkerk 21 februari 1677.
                                2. Rogier Dammis Alias boer Boterklomp, gedoopt Ridderkerk 10 september 1679
                                3. Annetje Dammis Alias boer Boterklomp, gedoopt Ridderkerk 13 augustus 1682.
                                4. Leentje Dammis Alias boer Boterklomp, gedoopt Ridderkerk 1 april 1685.
                                5. Lijsbeth Dammis Alias boer Boterklomp, gedoopt Ridderkerk 18 januari 1688.
                                6. Cornelia Dammis Boterklomp, gedoopt Ridderkerk 3 februari 1692 en overleden
                                    voor 7 februari 1694.
                                7. Cornelia Dammis Alias boer Boterklomp, gedoopt Ridderkerk 7 februari 1694.


dinsdag 26 augustus 2014

Moeilijkheden met doop van de laatste vier kinderen.

Jan de Bruijn en Gerritje Baartman  (ik ben hun 5x achterkleindochter) hebben samen 13 kinderen. Twee van hen werden gedoopt in Molenaarsgraaf, twee in Bleskensgraaf en een van hen in Brandwijk, Kind zes,zeven acht en negen werden zonder problemen gedoopt in Alblasserdam. De laatste vier kinderen zijn ook in Alblasserdam gedoopt . Bij de laatste drie kinderen moest ik wel gaan zoeken want alle drie werden ze op dezelfde dag gedoopt. Dus ben ik in zoeken.nl gedoken, de vroegere Genver. En daar vond ik dit in de doopboeken:

Den 16 April 1747.
Jan
Ouders Jan de Bruijn
Gerritje Baardman

N.B. Dit kind is volgens 'tzegge des vaders, oud ruim dertig weken en niet gedoopt tot hiertoe van wege eenig versschil over de plaats waar 't gedoopt moest worden, terwijl ouders op een der hooge molens woonende, dog volgens advis van 't Eerw. Classis van Suijdholland gehoude den 11 april 1747 geschiet het hier terwijl te voore eenige kinderen van deselfde persone hier zijn gedoopt, sonder dat uit kragt der doop eenig regt tot Alimentatie volgt, blijvende dit over ter desisie aan andere.


1753 den 31 May.
Maaijke
Adriaan
Marijnus
Ouders Jan de Bruijn
Gerritje Baartman

N.B. Het eerste kind van deze drie kinderen is volgens het zeggen des vaders out omtrent vijf jaar, het tweede kind ruim twee en een half jaar, het derde agtien weken, sijnde de redenen waarom de kinderen tot hiertoe ongedoopt gebleven sijn dat de ouders op de hooge moolens woonende niet wisten waar haare kinderen behoorden gedoopt te worden en in vorige tijden eenige van hare kinderen hier gedoopt sijnde hebben versogt dat het hier mogte geschieden, waar ons het advis van de E: Classis van Zuidholland, gehouden de 2 may 1753 ingenomen sijnde, soo worden zij hier gedoopt, sonder dat uit kragt des doops eenig recht tot alimentatie volgt.


woensdag 19 maart 2014

Martina Mulders uit Drumpt

Van de familie Mulders had ik nog geen gegevens van Martina, maar na wat zoeken heb ik toch nog wat aanvullende gegevens gevonden van haar.
Martina werd geboren in Drumpt en ook daar gedoopt op 25 november 1742, zij was waarschijnlijk de oudste uit dit gezin.
Zij huwde met Martinus van Mourik. (nog geen idee waar en wanneer het huwelijk werd voltrokken)
En dan vind ik in het begraafboek van Drumpt dit echtpaar terug, beiden begraven op 1 april 1795 in Drumpt nalaatende 2 kinderen.
Nu wordt ik wel nieuwsgierig naar de reden waarom beiden op dezelfde dag begraven zijn. Dus ik ben alweer zoekende…..

woensdag 19 februari 2014

De Mulders uit het dorp Drumpt

Drumpt is een voormalig dorpje in de provincie Gelderland, dat aan het eind van de 20e eeuw opgeslokt is door de gemeente Tiel .  Drumpt is gelegen in de wijk Tiel-Noord. En de volgende familie Mulders vind zijn oorsprong in dit kleine dorpje.
Het gaat hier over Johanna Berredina Mulders geboren in Drumpt op 4 maart 1788 als dochter van Willem Mulders en Hendrika ten Bokkel, zij trouwt in de gemeente Tiel op 16 december 1809  met een voorvader van mij, Antonie Harte, geboren in Tiel op 7 oktober 1787 . Op 31 december trouwen zij in de kerk van Avezaath. Antonie overlijd in Tiel op 3 april 1867 en Johanna in Tiel op 13 februari 1845.
En dat was dan ook gelijk alles wat ik wist van Johanna Berredina Mulders, want in het archief van Tiel konden zij mij niet verder helpen. En ja het was voorlopig ook genoeg vond ik dus heb ik jaren geen moeite gedaan iets meer te weten te komen. Tot ik ging spitten in het trouwboek van Drump 1671-1716  voor een heel andere naam en toen stuitte op deze ondertrouw:
Ondertrouw Drump 26 augustus 1715, op attestatie van Geldermalsen, Martinus Mulder, j.m. van Naumburg in de lande van Hessen Cassel, laatst wonende tot Drumpt met Margaretha Jansz. Van der Lingen j.d. van Geldermalsen.
Dus dan het doopboek van Drumpt  erbij en zoeken na 1715 voor nageslacht en daar vond ik drie zonen:
1. Aerdtjan Mulders, gedoopt in Drumpt op 8 december 1720, z.v. Maerten    Mulders en Grietje Jans.
2. Aalt Jan Mulders, gedoopt in Drumpt op 1 maart 1722, z.v. Maerten Mulders en Grietje Jans.
3. Gerrit Jan Mulders, gedoopt in Drumpt op 25 februari 1725, z.v. Maerten Mulders en Margariet Jansz.
Alleen van Aerdtjan heb ik gegevens gevonden , hij trouwt met Hermina (Willemina) (Hermken) Scriba, geen verdere gegevens van Hermina kunnen vinden. Wel vond ik hun kinderen 10 stuks. Waarvan er een aantal jong zijn gestorven. Het eerste kind werd geboren in 1742, dus zullen zij wel rond die tijd in het huwelijk zijn getreden. Maar dat huwelijk heb ik nog niet gevonden .
De kinderen waren:
1. Martina Mulders, gedoopt in Drumpt op 25 november 1742.
2. Willem Mulders, gedoopt in Drumpt op 22 maart 1744
3. Willemina Mulders, gedoopt in Drumpt op 16 juli 1747 met als doopgetuige Kaat Verweij.
4. Geertruij Mulders, gedoopt in Drumpt op 22 januari 1749 met als doopgetuige Aaltje Martens.
5. Wilmijna Mulders, gedoopt in Drumpt op 29 maart 1750.
6. Willem Mulders, gedoopt in Drumpt op 25 december 1751.
7. Willem Mulders, gedoopt in Drumpt 11 februari 1753.         
8. Margriet Mulders, gedoopt in Drumpt op 30 maart 1755.
9. Margrietta Mulders, gedoopt in Drumpt 4 april 1756.
10. Hendrik Jacob Mulders, gedoopt in Drumpt op 7 augustus 1757.  
Zo had ik dit gezin compleet . Martina kwam ik nog een aantal keren tegen als doopgetuige bij de kinderen van haar broer en zus. Van Geertruij heb ik het huwelijk gevonden en zo ook van de laatste Willem van dit rijtje.
Ondertrouw Montfoort volgens attestatie afgegeven door Pronckert, Predikant aldaar, huwelijk Drumpt 25-07-1733 Cornelis van Putten geboren en woonagtig te Montfoort met Geertruij Mulders geboren en woonagtig te Drump. getuigen: Dirk van Putten en Grietje van den Helm per attest en in tegenwoordigheid van Arijen Mulders. Gevonden 2 zonen en 1 dochter voor Geertruij  en Cornelis allen gedoopt in Drumpt.
De laatste Willem in dit rijtje is dan ook de vader van Johanna Berredina.
Ondertrouw Drumpt 28 mei 1785 , huwelijk Drumpt 12 juni 1785 Willem Mulders j.m. geboren en wonende te Drumpt met Hendrika ten Bokkel j.d. geboren te Aalten en wonende in Drumpt
Zij was de dochter van Geert ten Bokkel en Berradina Pakkebier.
Willem Mulders, (rentenier in 1829) overlijd in Tiel op 25 januari 1838, Hendrica ten Bokkel werd geboren in Aalten op 29 september 1755 en overlijd vijf dagen na haar man op 30 januari 1838.
Zij kregen 6 kinderen:
1. Arend Jan Mulders, gedoopt in Drumpt op 13 augustus 1786, doopgetuige was: Hermina Scriba.
2. Johanna Berredina Mulders, gedoopt in Drumpt op 9 maart 1788 , haar doopgetuige waren: ArendJan Mulders en Martina Mulders.
3. Gerrit Mulders, gedoopt in Drumpt op 27 februari 1791, doopgetuige Geertruij Mulders.
4. Gerrit Mulders, gedoopt in Drumpt op 18 maart 1792, doopgetuige Marthina Mulders.
5. Hermanus Mulders, gedoopt in Drumpt op 17 mei 1795, doopgetuige Hermina Scriba.
6. Gerrad Martini Mulders, gedoopt in Drumpt op 4 augustus 1799.
Zo heb ik Johanna Berredina Mulders haar familie bijelkaar en is dit weer rondgebreid.





maandag 17 februari 2014

Mooi plaatje

Mooi plaatje……vaak  langs gelopen in Utrecht, maar ja in mijn tijd is het bord van de firma J.J.Harte natuurlijk niet meer aanwezig. Tot mijn geluk vond ik op het net deze kaart. En dat geeft weer een klein beetje een idee waar we  Firma  J.J.Harte , waar ik al eerder over schreef, konden vinden.  Op de Oude Gracht in één van de kelders aan de gracht. Afgelopen zomer nog langs gevaren  toen wij als koude kant van de familie een bezoek brachten aan Utrecht.

103 jaar oud

Na een onderbreking die langer duurde dan verwacht ben ik weer begonnen om mijn blog te vullen met  nieuwe berichtjes over de familie.   
   

Loco-burgemeester bezoekt 103 jarige heer Olijerhoek
donderdag, 7 mei 2009
Wethouder Van den Berg, 1e loco-burgemeester van Leiden, brengt vrijdag 8 mei om 11.30 uur een felicitatiebezoek aan de heer L.J. Olijerhoek, die dan zijn 103de verjaardag viert in de Verpleeghuis Zuidwijck.
De heer Olijerhoek is sinds 17 maart jl. woonachtig in Verpleeghuis Zuidwijck. Hij is 103 jaar geleden in de gemeente Alkemade geboren.                                            
De heer Olijerhoek is in zijn werkzame leven baggerwerker geweest. Hij trouwde in 1932 met mevrouw Kuipers te Woubrugge. Samen kregen ze vijf kinderen. Mevrouw Olijerhoek-Kuipers woont in hetzelfde verpleeghuis. De gezondheid van meneer is redelijk en hij kan goed zijn eigen keuzes maken.


Dit berichtje vond ik op de gemeentesite van Leiden. Het gaat hier over Leonardus Jacobus Olijerhoek (Holierhoek) geboren in Woubrugge 8 mei 1906 als zoon van Adrianus Olijerhoek en Johanna van Klink.
Zijn beroep is boerenarbeider en hij trouwt in Woubrugge op 11 oktober 1932 met Johanna Antonia Kuipers. Zij werd geboren in Alkemade op 1 augustus 1912 als dochter van Jacobus Kuiper en Petronella Akerboom. . Leonardus overleed al vrij snel na zijn 103e verjaardag op 31 augustus 2009 in Noordwijk, Johanna overlijd 99 jaar oud in Noordwijk.