woensdag 8 augustus 2012

Een niet-Jood verklaring.



De oorlog 1940/45 ging ook in onze familie niet zomaar voorbij. Er zijn twee mannen overleden in een concentratiekamp er is een man vermist, familieleden hebben moeten werken in Duitsland.
Ik vond in het archief een paar formulieren die ik in eerste instantie niet herkende. Wat waren dit voor papieren?  Ze waren van Marius Sara Harte, zoon van Cornelis en Catharina Kilsdonk. Hij was toenmaals politieagent . Het was een vragenlijst, met één opvallende vraag erin, nl. deze: Stamt gij van Joodsche ouders of grootouders af? Navraag bij het cbg gaf duidelijkheid. Deze vragenlijst behoorde bij een niet-Jood verklaring.  Het eerste blad,  de verklaring zat er niet bij, maar het CBG had voor mij wel een scan van zo'n verklaring.
 


Deze niet joodverklaring werd door de Duitse bezetter  ingesteld. Vóór 26 oktober 1940 moesten alle ambtenaren zo’n verklaring tekenen. Wie één of meer Joodse grootouders had – dat wil zeggen een grootouder die tot de Joodse gemeente had behoord – werd als Jood beschouwd en moest formulier B (niet-  arisch) insturen. Niet-Joden  moesten formulier A (arisch) insturen. Met deze verklaring wilden de Duitse autoriteiten een inventarisatie maken van wie wel en niet-Joods was.Mensen met Joodse voorouders weden kort na het invullen van de formulieren ontslagen.
Wie in de ogen van de bezetter Jood was, werd bepaald in Verordening 189/1940. Er werd in ons land wel geprotesteerd tegen deze verklaring. Maar blijkbaar hebben veel mensen deze toch ingevuld. Waaronder dus ook één familielid.

maandag 6 augustus 2012

Een tweede stamreeks Harte nr III, waaruit een minister voortkwam.

Wie had kunnen denken dat in de speurtocht naar familie, ik een minister zou tegen komen.
Weliswaar moeten we dan wel een klein zigzag wegje gaan, want deze man hoort dan wel in onze genealogie thuis,  alleen niet in onze tak.  Hij komt nl. van de Katholieke kant van onze familie.
We gaan gewoon weer even terug naar Cralingen , naar
Johannes Herman Harte, die in Cralingen een timmermans werkplaats had. Hij trouwde twee    keer,de eerste keer in 1718 met Cornelia Vermeer , en nadat Cornelia al jong overlijdt, haalt hij in zijn thuisland (Duitsland) zijn tweede vrouw en zij was geen gereformeerd meisje , maar een meisje van Katholieke huize, Christina Boonhout, uit Freckenhorst  Westphalen, met wie hij op 8  februari  1728 in Cralingen in het huwelijk  trad.
Samen kregen Jan en Christina nog 5 kinderen,  samen met de 5 nog levende kinderen van Jan en Cornelia een best groot gezin. 

Een van de zonen van Janen Christina was:


J     Johannes   Harte, geboren  op 11-09-1735 in Cralingen, overleden 17-09-1806 in Cralingen, hij is van beroep mr. timmerman. Na geloofsovergang werd Johannes, kerk en armmeester der RK gemeente van Kralingen.  Hij trouwde met (1) Joanna Maria Nelemans, 19-10-1761 in Rotterdam overleden 14-12-1768 in Cralingen. Joanna was een dochter van Adrianus Nelemans en Maria Tiers      

       Hij trouwde met (2) Clementia (Meijnsje, Mensje)Hensbroeck (Heijnsbroek), 11-10-1769 in Cralingen, geboren in Overschie, overleden 27-08-1798 in Cralingen. Clementia was een dochter van Theodorus Hensbroeck en Adriana van Leeuwen.

       Samen kregen Jan en Meijnsje 6 kinderen, 2 meisjes en 4 jongens , Theodorus, Adriana,Johannes,Jacob, Maria Christina en Albertus Johannes die maar 16 jaar mocht worden.


       Met hun tweede zoon Johannes vervolgen we onze weg.


       Johannes Harte, geboren 20-05-1775 in Kralingen, overleden 08-11-1844 in Kralingen, en begraven in Kralingen. Hij trouwde met Maria Huijbers, 23-04-1809 in Cralingen, (dochter van Joannes Huijbers en Maria van Rekum),  zij is overleden 30-08-1849 in Utrecht.
J      
       Jan en Maria kregen samen 4 kinderen allemaal geboren en gedoopt in Cralingen.
      
        hun zoon Joannes Jacobus Harte, geboren 14-05-1823 in Kralingen, overleden 05-08-1869 in Utrecht, van beroep koopman. lid kamer van koophandel en fabrieken te Utrecht. Hij trouwde met Anna Maria Theresia Mitschke, 21-05-1851 in Rotterdam, geboren 01-04-1826 in Rotterdam zij is overleden 15-09-1890 in Hilversum (huize Havelte). Anna is een dochter van Joseph, vrijheer van Freudenau  en Jotna (bij Laibach Krain) en Catharina Elisabeth Duffhues.

       De dopen van hun 12 kinderen vinden we terug in Utrecht.

       En hun oudste zoon is:


        Joannes Josephus Ignatius Harte, geboren op 15-10-1853 in Utrecht, overleden 04-07-1937 in s'- Gravenhage, begraven in s'-Gravenhage, van beroep advocaat, lid 2e kamer. oud minister van financien 1901-1905, lid raad van state, oud lid 2e kamer 1901-1905 , advocaat te Amsterdam, oud minister van Financien. Hij trouwde met Petronella Francisca Jurgens, 07-01-1889 in Oss, geboren 06-03-1868 in Oss, overleden 23-12-1927 in s'-Gravenhage.

Verkreeg bij K.B. d.d. 28 Dec. 1894 no 38, voor zich en zijne wettige nakomelingen het recht tot de naamstoevoeging, van Tecklenburg.


Zij kregen een zoon en een dochter allebei geboren in s’Gravenhage.


Hun zoon Jan Joseph Henri Harte van Tecklenburg, geboren 11-12-1893 in s'-Gravenhage, overleden 06-07-1965 in Emst (Gld) "de Westerkim", van beroep advocaat.

Bij K.B. 11 januari 1933 werd Jan Joseph Henri Harte van Tecklenburg tot Consul van Frankfurt aan Main benoemd. Hij trouwde met (1) Theresia Helena Maria Holt, 16-01-1923 in Bazel, geboren 30-04-1897 in s'Gravenhage (dochter van Theodorus Adrianus Holt en Antoinette Tombrock),  overleden 25-12-1982 in Atherton, California, VS.  Ze zijn gescheiden voor 1943.  Hij trouwde met (2) M. J. Hack.

Tot zover deze tak van de familie. Of Jan Joseph kinderen heeft gekregen is mij niet bekend.


zondag 5 augustus 2012

Knecht op de boerderij






Vanaf twaalf jaar kon een jongen als knecht op een boerderij in dienst komen.
De werktijd begon om half vier in de vroege ochtend en eindigde om negen uur 's avonds.


In zijn levensverhaal vertelde mijn schoonvader Simon Holierhoek:              

"Dat hij met 12 jaar zeven klassen had doorlopen en daarna ging  werken bij  de boer. Als knechtje voor dag en nacht. Het was een Protestantse boer (boer van der Vaart) in Delft. Elke avond las de boer uit de bijbel en vroeg dan soms aan zijn kinderen: “Wat was het laatste woord?” Zo kon hij controleren of ze wel goed luisterden. Siem moest elke avond zijn eigen Katholieke gebedje opzeggen. Dat was zo afgesproken met zijn ouders en de boer. En de boer hield daar strikt  hand aan.

Na een jaar kwam hij bij een boer/koopman. De ene dag zorgde hij voor 10 koeien en de andere dag voor 4.
Piet van Beurden was een neefje van de boer en Siem weet nog dat zij samen in een bed sliepen.

Elke maandag bracht je, je kapotte en vuile goed naar je moeder en s’zaterdags haalde je het weer op.

Later werd hij boerenarbeider en werkte alleen overdag nog bij de boer. Dan moest hij s’morgens lopend om 4 uur Kethel uit en  bij Delft met een bootje overvaren naar de boer".




Zijn verhaal wordt bevestigd door meerdere verhalen die ik las in Middendelftland is Mensenwerk.

Tot omstreeks 1950 was het een normaal verschijnsel om een knechtje van twaalf jaar op de boerderij te zien werken. Je kreeg op 1 mei een een contract van de boer en er werd dan verwacht dat je dat jaar dan bij deze boer bleef werken. De lonen waren laag voor de knechtjes en het geld ging ook meesstal naar de ouders. Veel knechten werden aangenomen voor dag en nacht, en ze verdienden dan ook loon in natura, voor kost en inwoning. Dat was voor veel grote gezinnen een uitkomst, een mond minder te voeden en nog geld toe.


Wat hield het werk van een knecht in? Zo ongeveer heb ik dat uit de verhalen kunnen natrekken. Zijn werk was ongeveer zoals hierna beschreven:

De knecht moest iedere ochtend, ook op  zondag ,

vroeg uit bed om de koeien te melken. In de zomer was dit om kwart over drie,
vier en in de winter, als de koeien in de stal stonden, een half uurtje later.
Om zes uur was het melken klaar en ging men ontbijten op de boenhoek,
waar de boerin en de dienstbode inmiddels de tafel gedekt hadden.
Er was altijd goed en voldoende te eten'.
Na het ontbijt, om half acht, moest de knecht de varkensstal uitmesten en de

mest in een put scheppen. Daarna moest hij de andere beesten, zoals de kalveren
en de schapen, verzorgen. In de winter werden de koeien, die op stal stonden,
gerost en geborsteld en de mest werd uit de grup achter de koeien vandaan geveegd.
De mest werd met een houten blok aan een steel naar een luik geschoven,
waarachter het in de mestput viel. Zo'n put kon wel twintig ton mest bevatten.
Om twaalf uur werd er warm gegeten. Soep, aardappelen, groenten en spek.
Als dessert was er meestal fruit uit de boomgaard. Na het eten werd er een uur gerust.
's Middags ging de knecht het land op om stekels te trekken, kanten te maaien, 
sloten uit te baggeren met de baggerbeugel of fruit uit de boomgaard te plukken,
al naar gelang het seizoen. De hooitijd was natuurlijk een erg drukke tijd,
dan was iedereen de hele dag op het land te vinden. Als de koeien op stal stonden,
moesten deze gevoerd en verzorgd worden. En om vier uur was het weer tijd om ze te melken.
Om zes uur was het avondeten, een broodmaaltijd. Daarna was iedereen vrij.

Uit de verhalen  komt telkens dezelfde gang van zaken naar voren.
De knechten woonden in huis bij de boer en de boerin.
Ze sliepen op de zolder boven het boenhoek.
In de vrije tijd zochten knechten elkaar op, men ging naar de catechesatie, 

de jongelingsvereniging of een landbouwcursus.
Op zondag konden ze  naar de kerk en op familiebezoek tot melktijd.
Het werk nam veel tijd in beslag, maar de indruk wordt gewekt dat het rustig kon worden uitgevoerd.

De meeste arbeid werd gedurende de hele periode van 1920-1940 met de hand gedaan.
Alleen in de drukke periode van de hooibouw werd er overgewerkt, 

want het hooi moest op tijd droog in de hooiberg liggen.

Wat een lange werkdagen maakte men toen zeg. Al zullen de boeren met hun knechten heden ten dage ook wel zo lang werken. Het werk moet toch
gedaan worden. Er zijn nu alleen heel wat machines die het zware werk doen, dus is het toch anders
dan vroeger.

maandag 30 juli 2012

Een stukje familie erbij

Een poosje geleden was ik weer eens aan het surfen en kwam ik op de site van My Heritage terecht. Klikte daar de mij bekende namen in om eens te kijken wat ik daar kon vinden. Ik kwam op een site terecht met de naam HOLIERHOEK. De namen kwamen mij niet bekend voor, maar in de foto galerij zag ik tot mijn verbazing een paar heel bekende foto's. Namelijk die van onze overgrootvader/moeder Arij Holierhoek en Hendrika Tetteroo. Eigenlijk is dat best raar als je die zomaar tegen komt.

Dus heb ik de site toch maar eens wat beter bekeken en de beheerster, een Yvonne Holierhoek, (ook al heel toevallig want onze dochter heeft de zelfde naam), gemaild en ik wachtte af. En ik kreeg gelukkig eeen mailtje terug, alleen niet van Yvonne maar van haar vader Eef Holierhoek. Samen hebben we eens gekeken waar onze familie lijn elkaar kruiste. En wat bleek? De vader van Eef is de broer van onze opa.

Men neme dus Arij Holierhoek en Hendrika Tetteroo, (kijk maar eens in de stamreeks II) en dan zien we daar een oudste zoon Hendrikus Wilhelmus (onze opa) 1878-1960 en dan door tot het 9e kind als 4e zoon dat is Leendert Holierhoek 1888-1979. Die niet in onze stamreeks staat, maar wel in onze genealogie. Twee kinderen van deze broers , mijn schoonvader Simon Jacobus Holierhoek(Siem) en de man met wie ik contact kreeg, Everardus Christiaan Holierhoek (Eef) zijn  neven van elkaar.

Vind het toch wonderbaarlijk, dat ik op deze manier een heel stuk familie kan aansluiten, die je nog niet in de archieven terug kan vinden, omdat deze mensen gelukkig afgeschermd worden vanwege privecy.
Maar onze genealogie is weer een heel gezin en meer rijker geworden. Natuurlijk hebben wij onze gegevens doorgegeven en foto's doorgemaild. Het familie foto boek weer goed aangevuld en Eef heeft ons archief op genealogie online aangevuld met nog meer gegevens van zijn kant van de familie.


Hier nog even de prachtige foto van opa's broer Leendert en zijn vrouw Wilhelmina Johanna Bubbert  1894-1956, nog helemaal in het kader van de fotograaf. 


 
 Leendert en Wilhelmina

woensdag 25 juli 2012

Stamreeks II familie Harte

Westercapplen nu.
Deze familie komt uit Duitsland en wel uit Westercapplen, Velpe, Hamburen, in de omgeving van Osnabruck, nabij Bentheim. Zij staan daar bekend als Harte zu Hamburen, de eerste Harte gevonden door een oorkonde uit 1494, gezien bij de heer F.E. Hunsche. Er wonen in Westercapplen nog steeds mensen met de naam Harte. Onze stamreeks begint  met de eerste bewijsbare voorvader , gevonden bij het CBG in het Nederland’s Patriciaat, de zogenaamde blauwe boekjes. In het boekje deel  1,blz 185-188 staat onder de familie Harte dit wapen beschreven:
In blauw drie gouden ringen, Helmteken: een blauwe vlucht, elke vleugel beladen met een gouden ring. Dekkleden: goud en blauw. Wapenspreuk: Deo duce, fortiter.

Johann Jörgenn Harte, is waarschijnlijk geboren op het stamgoed Harte in de ambacht heerlijkheid Hamburen (kerspel Capplen bij Osnabruck) ca. 1655. eigengeërfde aldaar, gereformeerd, overlijdt  in Hamburen op 6 februari 1735, hij huwt Anna Elisabeth van Tecklenburg  die in Hamburen overlijd op 18 december 1724. Samen krijgen zij 12 kinderen.
Er blijft de vraag of Johann misschien eerder getrouwd was, want er is een opschrift in oude “Backhaus Harte”dat luidt Encke N, ca. 1655, +18 december 1724. Of dat Encke de roepnaamwas van Anna Elisabeth, ook al omdat de overlijdens  datum hetzelfde is.
Hoflaan 1900
Hun 2e zoon Johann Herman, geboren in Hamburen op 27 december 1681, ging naar Holland en trouwde daar in Cralingen op  16 oktober 1718 met Cornelia (Neeltje) Vermeer (van den Meer) geboren in Cralingen  op 23 november 1698 ( gevonden in een acte van minute van Schepenen uit 1728)als dochter van Pieter Jacobs vermeer en Lijsbeth Gielen (Michiels) Johann, werd in Cralingen Jan genoemd en werd op 5 maart 1727 ingeschreven als poorter van Rotterdam door burgemeester M. Groeninx. In 1729 kreeg hij toestemming van de gemeente om een timmermanswerkplaats aan de Hoflaan te beginnen.  Jan overlijd in Cralingen op 20 oktober 1759, 78jaar oud, en werd op de 23e aldaar begraven.  Neeltje overlijdt op 20 april 1727 en aldaar de 23e april begraven.  Samen kregen zij 6 kinderen.
Jan  huwt de 2e keer in Cralingen op 8 februari 1728 met Christina Boonhout ( Baumholt, Bomholt), zij is geboren in Freckenhorst, Westphalen,ca. 1700,  hij haalt zijn 2e bruid dus uit zijn thuisland,  zij overlijd in Cralingen op 15 maart 1772. Johan en Christina kregen samen ook nog 6 kinderen.
De oudste zoon van Jan en Neeltje , is Pieter Harte, geboren in Cralingen en gedoopt in Rotterdam op 22 augustus 1723, doopgetuige is Wed. Pieter Vermeer.(Lijsbeth Gielen de oma dus).Als beroep staat vermeld Timmerman. Pieter gaat ten ondertrouw in Rotterdam op 13 juni 1745 en huwt in Rotterdam op 29 juli 1745 met Sara de Heer, die nabij de Oostpoort is geboren op 27 augustus 1724, als dochter van Jacobus de Heer en Cornelia Kievits (Huis), Sara overlijd voor april 1767, en laat 10 kinderen na. Waarop Pieter hertrouwt in Rotterdam op 13 december 1767 met Aagje (Aagie) Lion, j.d. uit Rotterdam, dochter van Pieter Lion en Maertje Santvoort. Zij wonen in de Stinksteeg te Rotterdam. Pieter en Aagje hebben geen kinderen. Maar Aagje is menigmaal doopgetuigen bij de doop van haar “kleinkinderen”. Pieter overlijd in Rotterdam op 5 november 1812,  Aagje was in 1782 nog in leven.
De zoon van Pieter en Sara, genaamd Pieter Harte werd geboren in Kralingen, gedoopt Kralingen 24 maart 1759, doopgetuigen: Jacobus Hendrikus Zwaan en Elisabeth Harte. Bij zijn ondertrouw vinden we hem in de gemeente Tiel terug, behorende bij de gereformeerde kerk, maar hij trouwt in Rotterdam op 6 mei 1783 met Johanna Wilhelmina Pitlo, geboren in Tiel in 1757, als dochter van Antonie Pitlo en Anna van Eck. Pieter overlijd in Tiel op 3 januari 1830 en Johanna in Tiel op 15 november 1819. Samen krijgen zij 4 kinderen.
Hun zoon Antonie werd in Tiel geboren op 7 oktober 1787, beroep: Winkelier/Mr. Metselaar,
(Meester metselaar die zich tegenwoordig aannemer of projectontwikkelaar zou noemen.  Bouwde een groot deel van de korenbeurs, geopend in 1849. Hij was schatter van de waarde van huizen voor de personele belasting.)
Antonie - zijn naam werd met en zonder h geschreven - was een zoon van Pieter Harte en Johanna Wilhelmina Pitlo. Zijn vader werd in Rotterdam geboren, zijn moeder was een Tielse, maar woonden Rotterdam. In 1783 trouwden zij in Tiel en bleven daar wonen. Uit dit huwelijk werd in 1785 als eerst een dochter geboren, later volgde twee tweelingen van wie elke keer de helft kort na de geboorte overleden. Antonie, geboren in 1787, was een van de twee jongetjes, die in leven bleven. In 1798 kwam er nog een nakomertje, Sara Maria. Antonie trouwde op 11 december 1809 kerkelijk in Havezaath, en in Tiel op 16 december 1809 met Johanna Beredina Mulders. Zij is geboren in Drumpt op 4 maart 1788 als dochter van Willem Mulders en Hen(d)rica te Bokkel.
trouwboek van Huwelijkscommissarissen 1796-1811 Tiel.
[1]  Compareerde voor C. Berghacker en Willem mulders, commissarien van Huwelijkse zaken op
 den 16e van Wintermaand 1809, bruijdegom Anthonij Harten, jongman, geboren en wonende te Tiel, oud 22 jaaren, zoon van Pieter Harten en Johanna Wilhelmina Pitlo, bijde present, bruijd Johanna Beredina Mulders, J.D. geboren en wonende te Drumpt, oud 22 jaaren, dochter van Willem Mulders en Hendrika ten Bokkel, bijde present. Getuigen: van de bruijdegom en Bruijds zijde de ouders bij onde. Den secretaris J. Brandwijk heeft den 31e van Wintermaand 1809 hier van attest gegeven dat de 3 gewone huwelijks geboden den 17e,24e en 31e van Wintermaand 1809 ongehinderd ergaan zijn. Op dato attest terug ontvangen dat nevenstaandBruijdegom en Bruijd, door Ds. H. Timmers V.D.M. in d'Avezathen aldaar Kerkelijk zijn ingezegend.
Hoogeinde te Tiel.
Ze kregen twee dochters en vier zonen. Het gezin woonde steeds aan het Hoogeinde, aanvankelijk op huisnummer 134 samengevoegd met 135, later op 118.

Hun zoon Johannes Jacob Harte, werd geboren in Tiel op 1 december 1817, beroep Winkelier/Koopman/Wagenmaker/Smid, hij trouwt in Tiel op 25 mei 1838 met Elisabeth van Loon, geboren in Tiel op 30 mei 1818, als dochter van Hieronymus  van Loon en Anna Pitlo, Johannes overlijd in Tiel op 31 januari 1884 en Elisabeth overlijd in Tiel 7 december 1901. Samen kregen zij 10 kinderen.

Zoon Antonie Harte , geboren in Tiel op 3 september 1843, arbeider, werd door zijn vader naar Drente gestuurd om daar te gaan werken op een boerderijtje van de Maatschappij van Weldadigheid, waar hij van 22 augustus 1879 tot 15 augustus 1883 heeft gewerkt. De aanleiding heb ik niet gevonden, maar Antonie zal zeker geen gemakkelijk individu geweest zijn. Zijn vader moet ten einde raad zijn geweest, want welke vader stuurt een 36 jarige zoon naar een soort werkkamp?  Nadat Antonie vertrekt van de boerderij vind ik hem nog in het alg. politieblad:
 Uit het algemeen Politieblad van 1884
Blz 35...nr.86 Harte Antonie, vroeger te Fredriksoord,later te Tiel Is bij vonnis der Arrond.-Rechtbank te Assen van 20 juni 1883, contradictoir veroordeeld o.a tot ee boete van f.8 subsidair 1 dag gevangenisstraf.
Blz 482 nr.1204 Harte Antoine, leeftijd 39 jaren, laatst wonende te Frederiksord, gemeente Vledder, ook zich ophoudende te Tiel. Is bij Contradictoir vonnis der Arrond.-Rechtbank te Assen, van 20 juni 1883, wegens belediging, o.a veroordeeld tot 1 dag gevangenisstraf, sub intrerende voor een boete van f.8 De officier van Justitie te Assen verzoekt opsporing, aanhouding en opzending of tenuitvoerlegging der straf en bericht.
blz. 610 Vervallen Signalement: Antoine Harte, zie blz.482, no 1204 van dit jaar, bericht van den Officier van Justitie te Assen, van 6 maart.

Antonie trouwt in Assen op 10 augustus 1884 met Artje (Lotje) van Ginkel, die geboren is in Westerbork op 4 mei 1855, als dochter van Pieter van Ginkel (van Genkel) en Aaltje (Alida,Aaltien) Komenij (Comeneij). Antonie overlijd in Assen op 27 maart 1906 en Artje gaat met zoon Jan  naar Schiedam en overlijd daar op 30 november 1951. Artje had al 2 kinderen van een onbekende vader en samen met Antonie kreeg ze nog 10 kinderen, waarvan er zeven vroeg en rond hun vierde jaar overleden.

Hun zoon Johannes Jacob Harte, werd geboren in Assen op 16 januari 1888, beroepen: Kok/Brander/Medewerker in het Stedelijk Museum in Schiedam. Hij trouwt in Assen op 27 juli i910, met Hillechien  Geersema, geboren in Vries op 8 juni 1890 als dochter van Jan Geersema en Annechien Welling. Omdat er weinig werk was voor Jan vertrokken zij naar Schiedam. In Schiedam kon Hilletje niet echt wennen, dus kwam de dokter er aan te pas om weer terug te gaan naar Assen. Maar nog steeds was er daar weinig werk en het gezin werd alleen maar groter, dus ten einde raad zijn ze weer vertrokken naar Schiedam en nu om daar te blijven. Zij woonden in de Mariastraat. 
Jan overlijd in Schiedam op 17 oktober 1964, en Hillie in Schiedam op 22  maart 1977. Samen kregen zij 11 kinderen, waarvan een aantal in Assen en een aantal in Schiedam zijn geboren, waaronder mijn vader Jan Harte.

maandag 23 juli 2012

Je zal maar Ahasuera heten

Onderzoekje naar de voornaam AHASUERA.

Een niet veel voorkomende naam , volgens het Meertens Instituut komt ze maar 5 x voor in Nederland.  Ja ,en dan wordt ik nieuwsgierig, want hoe en waar komt deze naam vandaan. Allereerst eens kijken wat de  betekenis is van deze naam. Ik kan niet anders vinden dat deze naam is afgeleid van de mannelijke vorm Ahasuerus. Ahasuerus is een vroegere Perzische Koning, waarover wordt verteld dat hij alle joden in zijn land trachtte te vermoorden, (uit de boekrol van Esther) Veel verder kom ik niet voor wat betreft de betekenis.


Gezocht op: Ahasuera
Gevonden naam: Ahasveros

Betekenis: Oorspr. de naam van de Perz. koning, genoemd aan het begin van het boek Ester. De betekenis is niet zeker, de naam wordt wel verklaard als `de machtige', van Oudperz. xshayarshan, waarvan ook Gri. Xerxes `mannelijke (held) onder de koningen', van xshaya `koning' en arsham `man(nelijk)'. De naam komt voor als die van de hoofdpersoon uit de legende van de Wandelende Jood. Hij verjoeg Christus van zijn deur, toen die daar, op zijn tocht naar Golgotha, wilde rusten. Het is niet waarschijnlijk dat deze figuur de aanleiding is geweest tot het gebruik van deze naam als doopnaam. Veeleer moeten we aannemen dat Swerus, uit Sweer, Sweder `verbijbelst' is tot Ahasverus. Een tweede mogelijkheid is dat Assuerus, de vorm uit de Vulgata, de `verlatijnste' vorm is van de Germ. naam Ans-wer, Ans-war. In de Zuidbrab. doopregisters van de 16e en 17e eeuw vinden we `verlatijnsing' van Sweer tot Ahasverus (n.a.v. het concilie van Trente, zie inleiding). In het noorden gebeurde het meer o.i.v. de Renaissance, bijvoorbeeld Assuerus Hoendricks, Gron. 1598 = Sweeder Hoendrix 1609 (Ned. L. 1960, 84v.); (Aaltjen) Asjes = Assels = Sweers = Assuerus, Steenwijk 1674 (Ned. L. 1955, 319); Assuerus van Tiddinga = Sweer van T., Groningen, Dokkum 1676, zoon: Swier, geb. 1704 (Ned. L. 1963, 92).


Dus heb ik voor mezelf naar de naam Ahasuera gezocht, deze naam wordt ook als tweede naam voor een kind gebruikt maar ik vind toch een paar dames met deze roepnaam., die afgekort ook Swera, Sweder, Sweer of Ester, enz is. Hier de uitkomst van mijn kleine onderzoekje.
Het onderzoekje heb ik gestart omdat  een familielid, Willem Hendrik Harte, smid , geboren Tiel 30 augustus 1880, overleden Amsterdam 17 februari 1932 en begraven op de Ooster begraafpaats in Amsterdam, zoon van Hieronymus Harte en Gerdina Huberta van Hattum,in Tiel trouwde op 12 oktober 1910 met Ashuera Hendriks Izaks, geboren Tiel 27 december 1878 en overleden in Amsterdam op 12 oktober 1960, dochter van Jan Dirk Izaks, kleermaker en Janna Wildeman, winkelierster. Janna Wildeman was de dochter van Willem Wildeman en Ahasuera Hendrika van Baaren. Dus de oma van Ashuera Hendriks Izaks.
Dus is dame nummer 1 , Ahasuera  Hendriks Izaks.
Dame nummer twee is de oma van Ahasuera, en wel Ahasuera Hendrika van Baaren, gedoopt (Gelders Archief) Eck en Wiel 30 september 1810, getuigen Jan Huigen en Willemijnte van Dam, dochter van Jan van Baaren, arbeider en Emeritia van Dam, dienstmeid, gehuwd met Willem Wildeman in Tiel op 6 juni 1846, zoon van Hendrik Wildeman, kleermaker en Janna van Sandwijk
De volgende dames zijn geen familie.
De derde dame is Ahasuera Abels Rosee (Rose) wonend in Utrecht en gehuwd met Nicolaas Kock. Van haar vind ik een aantal Notariele akten.
Dame nummer vier is Ashuera Margarita de Waal, geboren 1755 Veen (Delden) Noord Brabant. Gehuwd met Cornelis Nieuwenhoven. Ahasuera is de dochter van Ahasveros (Sweer) Martensz van der Waal en Aaltje Gerrits Bax.
Dame nummer vijf is Ashuera Kramer, geboren 11 februari 1778 in Uelsen (Bentheim) gehuwd met Conrad Fredrik Reineke
Dame nummer zes is Ahasuera Hermina Groll Cramer, geboren Lage (Delden) 1 november 1805 , zij huwt in Utrecht Hendrikus Brasz. Deze dame krijgt twee kleindochters die de naam Ahasuera dragen. Kleindochter 1 is Ahasuera Hermanna Johanna Blom, geboren Lochem 1857, en gehuwd met Jan Hartog. Kleindochter 2 is Ahasuera Harmanna Brasz, geboren Delden 1872, overleden 1962, en gehuwd met Frederik Shoemaker.
In totaal heb ik dus 8 dames met deze naam gevonden. Als er iemand is die nog een Ahasuera weet, die zou ik dan graag aan mijn onderzoekje willen toevoegen.  

Mijn eerste Stamreeks nr.1 Holierhoek

De familie Holierhoek, Holijerook, Holierook, Olierook,het is maar hoe de schrijfwijze was, komt zeker sinds de zeventiende eeuw voor in de archieven van Maasland en omstreken. Dat de naam verschillende spellingswijze hebben was goed zoeken in de archieven. Rond Maasland had men de gewoonte om vaak de H niet uit te spreken, dus Holierhoek werd heel vaak zonder H uitgesproken en opgeschreven. Er is verschillende keren gebruik gemaakt van de notaris voor voogdijstelling, testamenten transport akte’s, die te vinden zijn in de archieven. Deze familie is Roomsch Katholiek.

De voormalige dorpsherberg De Pynas is gelegen in het centrum van deZuidhollandsche                       plaats Maasland. Het 17e-eeuwse gebouw is erkend als rijksmonument


De eerste met zekerheid te noemen voorouder in Maasland was Cornelis Leenderts Holierhoek, geboren rond 1618 in Maasland. Hij was getrouwd met Atelijntje (Atalia) Jansdr. Langelaan. Atelijntje zij werd geboren ca. 1621 en was de dochter van Jan Jacobs Langelaan en Maartje Leenders. Samen met Atelijntje krijgt hij 3 kinderen.

De oudste zoon Leendert Holierhoek overlijd in Maasland op 23 mei 1695, wanneer hij geboren is nog niet gevonden. Hij trouwt met Grietje Cornelis Ketelaar. Samen krijgen zij 5 kinderen.

Zoon Jan Leenderts Holierhoek wordt geboren in 1695 te Maasland.  Van beroep is hij Bouwman en hij trouwt op 27 jarige leeftijd met de dan 23 jarige Elisabeth (Lijsbeth) van der Burgh . Van Lijsbeth heb ik alleen haar vader gevonden Cornelis van der Burgh, zij is afkomstig van Vlaardingen. Lijsbeth overlijd in Maasland op 23 februari 1779 haar echtgenoot Jan is al eerder overleden in Maasland op 21 december 1775. Zij krijgen samen 6 kinderen.

Hun oudste zoon Cornelis werd geboren in Maasland in december 1733, de eerste keer trouwt hij in Schipluiden op 25 april 1762 met Jannetje Ariensdr. de Velt, zij is geboren in Schipluiden 21 maart 1737 als dochter van Arij Jans de Velt en Hilletje Jansdr. Langelaan, zij overlijd op 1777 en wordt in Maasland begraven op 6 juli 1777. Samen hebben zij 7 kinderen. Cornelis trouwt daarna met Maria Blijswijk , zij krijgen samen nog een zoon.


De jongste zoon van Cornelis en Lijsbeth , Adrianus Holierhoek, wordt gewoon Arij genoemd en hij werd geboren in Maasland op 19 mei 1774, Hij was Boer. Trouwen doet hij ook in Maasland want op 15 april 1803 gaat hij een huwelijk aan met Johanna (Antje) Cornelisdr. Stolk. Zij is de dochter van Cornelis Dirkse Stolk en Maria Cornelisse van Berkel en werd geboren in Zouteveen op 15 januari 1783. Wanneer Adrianus overlijd is me nog niet duidelijk maar Antje overlijd op 72 jarige  leeftijd in Maasland op 12 januari 1845. Arij en Antje krijgen samen 10 kinderen.

Zoon Hendrikus, met de roepnaam Hein wordt geboren in Maasland op 30 september 1814 Van beroep is hij Bouwman = Boer. Zijn militaire dienst doet hij in bij de 9e afdeling infanterie.Hij trouwt als hij 32 is in Maasland op 30 januari 1846 met de dan 26 jarige Geertruida Gordijn, die in Hof van Delft op 5 maart 1820 geboren is als dochter van Jacobus Gordijn en Christin Philipina Bakker. Hein overlijd als hij 61 is , in Schipluiden 28  december 1875, zijn vrouw Geertruida overlijd ook in Schipluiden maar dan op 17 maart 1889, 69 jaar oud. Samen krijgen zij 8 kinderen.


De oudste zoon Adrianus is geboren in Maasland op 4 mei 1846 en is boer en later nadat hij zijn boerenbedrijfje vaarwel heeft moeten zeggen in verband met ziekte in zijn veestapel, werd hij arbeider. Hij werd aangesproken met de naam Arij of Aai. Hij trouwt in Vrijenban op 2 mei 1877 met Hendrika Tetteroo, die geboren is te Berkel op 17 december 1850 als dochter van Cornelis Huijbertsz. Tetteroo en Wilhelmina (willemijntje) van de Brink. Arij wordt 60 jaar en overlijd in Schipluiden op 1 februari 1917, Hendrika (opoe) overlijd op 80 jarige leeftijd in Delft op 23 februari 1930. Arij en Hendrika krijgen 11 kinderen.

De oudste zoon is Hendrikus Wilhelmus geboren in Schipluiden op 16 februari 1878, van beroep Melkschipper, Hendrik trouwt op 22 oktober 1902 in Hof van Delft met Aplonia Henrica van der Valk, die geboren is in Naaldwijk op 15 juli 1877, als dochter van Simon van der Valk en Cornelia Johanna van der Knaap. Apolonia overlijd net na de bevrijding in Schipluiden op 6 juni 1945 op 68 jarige leeftijd, Hendrikus wordt 82 en overlijd in Den Hoorn (gemeente Delft) op 11 juli 1960. Samen krijgen zij 9 kinderen waaronder Simon Jacobus, mijn schoonvader.