Posts tonen met het label Bijl. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bijl. Alle posts tonen

maandag 8 september 2014

Stamreeks BIJL




De stamreeks neemt aanvang met:
Jan Jans Bijl, geboren in Mijnsheerenland en overleden in 1644. Jan trouwde Adriaantje Adriaensdr. Bol, zij overlijd voor 5 mei 1664. Gevonden een zoon en dochter.

Hun zoon, Willem Jans Bijl, geboren Stougjesdijk, Mijnsheerenland, trouwt IJckje Claesdr. Van der Wilde,  dochter van Claes Janse Smit en Grietje Willems, IJckje overlijd na 1666.
Uit dit huwelijk heb ik 1 zoon gevonden:

Jan Willems Bijl die als alias gebruikte Jan Willems de brouwer, geboren Zuid Beijerland in 1644, hij overlijd 1699 in Zuid Beijerland. Hij trouwt ca. 1668 met Leentje Cornelisdr. Korendijcker, zij wonen dan eendrachtspolder (1671),  Leentje is de dochter van Cornelis Claes Korendijcker en Marrigje Ariensdr. Leentje overlijd in Strijen ca. 1650. Gevonden 2 zoons.

Eén van die zoons is Cornelis Bijl, geboren Eendrachtspolder, gedoopt Numansdorp op 5 november 1670, hij overlijd in 1714 in Zuid Beijerland. Trouwen doet hij ook in Zuid Beijerland en wel op 10 april 1694 met Trijntje Engels van Gelder, geboren 1670 in de Eendrachtspolder, en gedoopt in Oud Beijerland 3 maart 1670, dochter van Engel Cornelisz. Van Gelder en Annechien Thomasdr. Van hen heb ik 1 zoon gevonden.

Willem Bijl, gedoopt in Zuid Beijerland op  10 februari 1697, hij overlijd in Zuid Beijerland op 27 februari 1750.Getrouwd wordt er in Zuid Beijerland op 9 april 1717 met Jannigje de Vos, Jannigje werd gedoopt in Nieuw Beijerland op 6 juli 1697 als dochter van Gijsbert Jans de Vos en Annigje Arien van der Smit. Zij is overleden in Zuid Beijerland op 1 november 1775. Gevonden 2 zoons uit dit huwelijk.

Gijsbert Bijl, smid en veearts, gedoopt Zuid Beijerland 14 maart 1723, Gijsbert overlijd in s’Gravendeel op 18 juli 1796, hij trouwt te Zuid Beijerland op 1 april 1752 met Ingetje van Leent, dochter van Dirk Hendrik van Leent en Pieternella Huigen Munter, Ingetje wordt begraven in s’Gravendeel 13 april 1770. Uit dit huwelijk 5 dochters en 2 zonen.

Willem Gijsbertsz. Bijl, smid en veearts, geboren 1756 s’Gravendeel, hij overlijd in Barendrecht op 10 februari 1835, over deze 4x overgrootvader heb ik een uitgebreid levensverhaal al eerder hier neergepend. Willem trouwt in Goudswaard op 15 januari 1790 met Elizabeth Cornelisse (Lijsebeth) Stoker, geboren in sGravendeel in 1770 als dochter van Cornelis Cornelisse Stooker en Dirkje van Houwelingen, Lijsebeth overlijd in Oud Beijerland op 20 januari 1839. Zij krijgen 12 kinderen 6 zonen en 6 dochters waaronder de jongste die mijn voormoeder werd:

Dirkje Bijl, geboren Oud Beijerland 2 september 1809, zij overlijd in Ridderkerk op 27 december 1899, en trouwt in West Barendrecht op 30 oktober 1834 met Bastiaan Jacob van der Berg, gedoopt in Ridderkerk 25 januari 1807 als zoon van Jan Hendrik van der Berg en Willempje Bastiaansdr. Zwart,  Bastiaan is overleden in Goidschalxoord op 4 maart 1847. Zij krijgen 1 zoon 

In het kort volgt hier de aansluiting naar mijn persoontje, Jan van der Berg trouwt met Adriana Roos, zij krijgen een dochter Dirkje van der Berg die trouwt met Hendrik Andries Tieleman, zij krijgen een dochter Pleuntje Tieleman (mijn oma) die trouwt met Adrianus Pieter Streefkerk (mijn opa). 

zondag 7 september 2014

Mijn 4x overgrootvader Willem Bijl (1756-1835)




Hij werd vermoedelijk in 1756 geboren in 's-Gravendeel. Evenals zijn vader Gijsbert Bijl, oefende hij het smidsvak uit, gecombineerd met een praktijk als veearts. Als zodanig vestigde hij zich in 1793 te Oud-Beijerland, in 1801 te Mijnsheerenland, in 1819 te Numansdorp en tenslotte in 1823 te Barendrecht. Begin 1790 was hij gehuwd met Elisabeth Stoker, die hem twaalf kinderen schonk. 

Zijn smederij bevindt zich recht tegenover het oude raadhuis. Het gerecht heeft hem toestemming verleend om naast het raadhuis een hoefstal te plaatsen.


Kind(eren):
1.      Gijsbert Bijl 1790-????
2.      Cornelis Bijl 1791-1865 
3.    Dirk Bijl  1793-1871 
4.       Ingetje Bijl 1794-1853 
5.       Pieternella Bijl  1796-????
6.      Pieter Bijl 1797-1850 
7.       Elizabeth Bijl 1800-1863 
8.     Willem Bijl 1803-????
9.      Dirkje Bijl 1804-????
10.   Willempje Bijl 1805-????
11.   Jannigje Bijl  1807-1842 
12.     Dirkje Bijl  1809-1899

      Van  Willem heb ik dit boekje bij een antiquair gevonden, waaruit ik zijn verhaal verkort hier neerzet, zodat we ook deze man een beetje meer leren kennen.

In 1798 werd hij genoemd onder de patriotsgezinde inwoners van Oud-Beijerland. Na zijn bekering werd Bijl op 4 juli 1800 lidmaat van de gereformeerde gemeente in die plaats. In Mijnsheerenland werd hij enkele malen tot ouderling gekozen. Met het schrijven van zijn bekeringsgeschiedenis begon hij in december 1823. Hij stierf op 10 februari 1835 in Barendrecht; zijn weduwe overleed op 20 januari 1839 in Oud-Beijerland.

Een goede gereformeerde opvoeding
In het algemeen laat de opvoeding die de autobiografen in hun jeugd ontvangen hebben, zich met de woorden van sommigen onder hen aanduiden als „ordentelijk", „zedelijk en burgerlijk", „zeedig en godsdienstig". Het doel van zo'n opvoeding bestond in het actief deelnemen aan het kerkelijke en maatschappelijke leven. Van jongsaf raakten de kinderen vertrouwd met de beginselen der christelijke religie: er werd thuis gebeden en uit de bijbel gelezen en ze gingen mee naar de kerk. Vervolgens mochten ze naar school om lezen, schrijven en rekenen te leren, en werden ze door de schoolmeester en de dominee onderwezen in de gereformeerde leer, aan de hand van de Heidelbergse catechismus. En verder moesten ze, gewoonlijk vanaf hun twaalfde jaar, helpen in de kostwinning en zich voorbereiden om straks zelfstandig een bestaan op te bouwen en een gezin te kunnen stichten.

Maar dan verhaalt Willem van zijn bekering:
Willem Bijl noemt zich aan het begin van zijn verhaal een „snood rebel, welke het 36 jaren tegen den Heere uitgehouden heeft".

Krachtdadig bekeerd
Dat gebeurde tijdens een wandeling over een eenzame weg om hulp te verlenen aan een ziek paard. Bijl zag toen vier arbeiders werken op een zaailand, die hij vergeleek met de vier predikanten die in zijn leven aan zijn ziel hadden gearbeid. Bleef hij onbekeerd, dan zou hij eenmaal als onkruid buiten de hemelschuur gehouden worden. Tranen liepen over zijn wangen, toen hij inzag hoe zwaar hij tegen God had gezondigd. Thuisgekomen, kon hij tegen zijn
verbaasde vrouw geen woord uitbrengen, en 's nachts bleef hij op om zijn hart voor God bloot te leggen. In de bijbel las hij de gelijkenis van de tien melaatsen; zó moest hij nu ook gereinigd
worden, 's Zondags ging hij zowaar naar de kerk, waar dominee Resler juist preekte over Na£man de Syriër, die door de profeet Elisa van zijn melaatsheid werd genezen. Ook bezocht Bijl sinds zes jaar weer de openbare gemeente-avond over de Heidelbergse catechismus.
De echtgenote van Willem Bijl , Lijsbeth Stoker had vermoedelijk niet veel op met haar man, sinds die als een blad aan een boom veranderd was. Eens kreeg zij een zware koorts, waarop de dood leek te zullen volgen. Willem voelde zich aangespoord voor haar te bidden
„niettegenstaande zij mij eene groote hinderpaal tot het goede was, en al het kruis, welke ik van haar moest ondervinden". Ze herstelde, en kort daarna werd Willem slachtoffer van een
vrouwelijke „list". Onder schone beloften dwong zij hem om alle zonden vanaf zijn jeugd aan haar te verhalen. Dit zou „rampzalige gevolgen" voor de verdere verhouding hebben, en „mij een kruis veroorzaken, zoo lang als ik nog op de wereld verkeeren zal"
Iets ontvankelijker voor het geloof leek de inwonende schoon-moeder van Willem Bijl ( Ariaantje Ham) . In een nacht kreeg hij de openbaring dat zij spoedig zou sterven. Zij  werd inderdaad ziek, waarna Willem haar voortdurend opwekte om zich tot de Verlosser van zondaren te wenden. Haar laatste woorden waren: „ik kan niet bidden, maarals de Geest mij leert bidden, dan zal ik bidden".

Willem Bijl, de onverschillige smid uit Oud-Beijerland, was rond z'n veertigste jaar lidmaat noch kerkganger, toen hij bekeerd werd. Hij trof direct voorbereidingen om zich bij de gemeente te voegen.  Hoewel de belijdeniscatechisatie al ten einde liep, werd hij alsnog toegelaten, nadat dominee Resler hem had getoetst „over eenige kenmerken der bevindingen", en ook dominee 1'Allemand met blijdschap had aangehoord hoe hij zijn leven aan Jezus had gegeven. Hij maakte nog twee lessen mee alvorens hem en enkele andere kandidaten voor de kerkeraad drie vragen werden voorgelegd over Christus als Zoon van God de Vader en als Borg en Middelaar voor zondaren. Nadat hij was aangenomen, werd Bijl op zondagavond uitgenodigd voor het gezelschap in de pastorie, waar hij tot genoegen van de aanwezige vromen zijn bekeringsweg vertelde.
Ook Willem Bijl vreesde bij zijn bekering nu voor„dominésman" versleten te zullen worden. „Bijltje wil ook al fijn worden", schamperde een dorpsgenoot reeds. Hij had zijn
antwoord klaar: „ik wensch dat God mij zoo fijn zal maken als het fijnste goud van Ofir". Die zondag sprak dominee Resler vanaf de kansel vermanende woorden tegen de bespotters van
Gods volk.

Willem Bijl kreeg een visioen terwijl hij op bed lag. Hij zag „in het noorden een draak,
met twee lamsooren, en een driekante peil in den mond als een harpoen". Inderhaast riep hij een godvrezende buurman tot getuige, maar het beeld bleek al weer weg. Na een gebed behaagde
het God de betekenis ervan aan Bijl te openbaren. De draak was de duivel, die de vier hoeken der aarde omgaat om de mensen te verleiden. „En dit gezicht geschiedde in dien tijd toen de
Franschen bijna over de geheele aarde verspreid waren", de periode waarin ook het Nederlandse volk werd bezocht vanwege zijn „ongodsdienstigheid", „losbandigheid en lichtzinnigheid".

De geringe populariteit van de gereformeerde vromen speelde hen dus op alle niveau's van de samenleving parten. In de kerk, op het werk, in dorp of stad werden ze vaak met de nek
aangekeken. Men kon maar moeilijk begrijpen waarom de 'fijnen' zich het leven zo zuur maakten, en men deed ook geen moeite om het te begrijpen. Eerder keek men met argusogen naar hun gedrag, koren op de molen zoekend om hen voor „een partij huichelaren en geveinsden" uit te maken. Zo viel het voor de piëtisten niet mee om op een positieve manier in de samenleving te functioneren, laat staan om anderen voor hun levensovertuiging te winnen. In de politiek hadden ze al helemaal niets in de melk te brokkelen, hoezeer ze ervan overtuigd waren dat Gods kinderen niets minder dan het bestaansrecht van de natie vertegenwoordigen.