zondag 22 juli 2012

Een zeer onfortuinlijk familielid.

Al eerder heb ik een stukje geschreven over de Maatschappij van Weldadigheid in Frederiksoord in Drente. Dat ging over mijn overgrootvader Antonie die te werk werd gesteld op een boerderij aldaar. In de buurtschap Veenhuizen, gemeente Norg verrezen ook 3 gestichten ( Veenhuizen I, II en III)  voor de opvang van weeskinderen, landlopers en bedelaars. Het werden een soort opvoedingsgestichten, voor de allerarmsten in onze maatschappij, waar men al dan niet vrijwillig verbleef.

In Veenhuizen is thans van een van die gestichten een museum gemaakt, die verhaalt over het leven wat deze mensen daar leefde. En dat is zeker niet fraai en gezellig.

Op Drenlias kan je er meer over lezen, maar ja nieuwsgierig als ik ben ging ik kijken of er misschien ook familie van mij in Veenhuizen waren terecht gekomen. Dus tikte ik de naam Harte in en vond daar deze regel :

            soort       geb.dat                 nr       voornaam                achternaam     herkomst
            1.sig.       14-11-1854       1676    Jacobus Adrianus     Harte             Cralingen.


Ojee, dus toch!! Wat heeft deze man gedaan om daar terecht te komen. Voor mijn gemak is er een scan bijgevoegd en als ik die aanklik komt alles wat ze toendertijd hebben genoteerd op mijn beeldscherm met zelfs een foto.

Bij de beschrijving valt mij als eerste op dat ook hij niet erg lang was, zoals het een echte Harte betaamt, hij is 1 meter 60,9 en brildragend. Jacob werd opgenomen in Veenhuizen III, op 9 september 1896, 42 jaar oud, 10 jaar na zijn huwelijk, krijgt nr: 4764 d toegedeelt.  Zijn misdrijf? Volgens de rechtbank t'Hage (denHaag) landloperij.

Bij de gegevens op de signalementkaart staat niet alles over zijn leven. Ik zorg dus maar voor aanvullende gegevens: Jacobus Adrianus Harte geboren samen met zijn tweeling broertje Jacobus, die na de geboorte al overleed op 15 november 1854, ( DTB Rotterdam) zij zijn zonen van Jacobus Michiel Harte en Petronella Moone, wonend Hoflaan wijk 6 nr vijf b in Cralingen.  Er staat dat hij gehuwd is, er is geen naam vermeld, maar op 25 november 1886 is hij in Cralingen gehuwd met Johanna Maria Jacoba van Gussenhoven. Zij is geboren in Rheden 1844, is weduwe van Matthijs Sandwijk en dochter van Josephus Adrianus Gussenhoven, particulier, wonende in Rheden en wijlen Dorethea Schriek?  In 1887 kregen zij een levensloos geboren zoontje. Wanneer en waar beiden overleden zijn heb ik nog niet kunnen vinden.


De foto vind ik mens onterend en ik krijg terstond medelijden met dit onfortuinlijke familielid. Alsof je tegen een delinquent aankijkt, wat hij
in wezen niet was. Gewoon en man die niet alles mee had in het leven
denk ik dan. Vreselijk het idee dat men dat gewoon kon en mocht
doen. Het is natuurlijk tijd gebonden, maar dan nog.......

zaterdag 21 juli 2012

Tekens aan de wand in dorpsschool te Rhoon

Antoni Kroon is een voorouder van mijn moeders kant en dit heb ik over hem gevonden.

Periodiek van de Vereniging Vrienden van het Nationaal Onderwijsmuseum door A.EM. Jonker, 1991 nr. 2
 Vóór het verschijnen van de keurig gedrukte lesroosters in de lagere school was het tot ver in de vorige eeuw nog aan de schoolmeester of schoolvrouw om in fraai handschrift het weekprogramma, dat op een zichtbare plaats in de school diende te worden opgehangen, te vervaardigen. Ik vermoed dat de meeste van deze handgeschreven lesroosters, na een leven aan de wand, verbleekt, gekreukeld en gescheurd aan hun einde zijn gekomen. Enkele 'tafels van werkzaamheden' die ik tegenkwam bij het doornemen van archiefstukken, lijken mij daarom heel bijzonder. De geschiedenis die er aan is verbonden, verklaart waarom deze exemplaren terecht zijn gekomen in het archief.') In het kort: een drama op dorpsniveau.
De foto (heb ik niet) die hierbij staat afgedrukt, toont een lesrooster uit 1817. Let eens op de krullen en versieringen, op de stijlen van schrijven. Is dit geen geslaagde proeve van mijn kwaliteiten?, moet de maker hebben gemeend. Want daar was het hem in dit geval om te doen: de beoordelaar overtuigen dat hier een ervaren schoolmeester zijn calligrafische vaardigheden toonde. En méér kon dan dat. Het lesrooster is namelijk, met twee andere, als bijlage toegevoegd aan een uitvoerige beschrijving van de dorpsschool waar de man lesgaf. En vooral dat verslag moest duidelijk maken hoezeer hij ‑een onderwijzer die op het punt stond zijn baan te verliezen‑ zijn best deed in een armzalig lokaal dat school heette.
De man om wie het gaat is Antoni Kroon, in leven schoolmeester, voorlezer, voorzanger, koster en doodgraver te Rhoon. Voor Kroon luidde 1817 het einde in van zijn loopbaan. In dat jaar werd hij eerst voor bepaalde tijd geschorst en later definitief uit zijn posten gezet op grond van openbare dronkenschap. Omdat het vaker was voorgevallen, had het gemeentebestuur nog maar weinig vertrouwen dat Kroon, in Rhoon werkzaam sinds 1773, zijn leven zou beteren. De schoolmeester, gegriefd door wat het gemeentebestuur en de kerkeraad hem aanwreven, ging daarop verhaal halen bij de gouverneur van Zuid‑Holland om zich van alle blaam te zuiveren. In een brief aan de gouverneur ontkent Kroon niet "dat hij door zijne hoge jaren, en een nieuwe manier van onderwijzen sedert enige jaren ingevoerd, misschien niet alle geschiktheid bezit, welke men strictelijk van hem volgens de thans bestaande wetten van hem zoude kunnen vorderen, doch hij weet tevens dat hij steeds alles gedaan heeft om zich met die nieuwe leerwijze meer bekend te maken".
Zijn verzoek aan de gouverneur om de schorsing ongedaan te maken, gaat onder meer vergezeld van het al genoemde Verslag van de dorpsschool te Rhoon en de drie lesroosters. De dorpsschool in Rhoon zoals beschreven door Kroon kan waarschijnlijk model staan voor talloze dorpsscholen uit het begin van de vorige eeuw: te klein en vrijwel zonder leermiddelen. Om dat laatste tekort op te vangen, had schoolmeester Kroon, de wanden van zijn lokaal geheel volgeschreven: "Dus wordt alles op een beschot en een muur in een bekrompen lokaal behandeld." Hoe dat er uit zag, is te lezen in enkele fragmenten uit zijn verslag.
"Bij gebrek aan borden bedient men zich van een houten beschot; dit te klein zijnde, gebruikt men er een stenen muur bij. Meermalen aan het gemeentebestuur om de nodige borden etc. om op te onderwijzen gevraagd, doch tot antwoord bekomen dat de kas de aankoop daar van niet toeliet. (...) Op de muur staan de eerste beginselen der Nederduitse taal, klinkers, medeklinkers en verwantschapte medeklinkers, vervolgens de keel, tong, lip en tandletters. (...) Op het houten beschot staat het alfabet, de tweeklanken, verlengde tweeklanken en drieklanken; men vindt daar op woordjes van één à twee lettergrepen welke de kinderen tot kleine volzinnen moeten brengen om dezelve daardoor, als het ware, met weinig spellen, tot lezen te brengen.
Op datzelfde beschot vindt men twee tableaux, één van slecht en één van goed gedrag om de kinderen op de zachtste wijze tot gehoorzaamheid te brengen, zonder een lichamelijke straf te doen ondergaan. (...) Nog vindt men op dat zelfde beschot de jaartallen die behoren tot de aanmerkelijkste in onze vaderlandse geschiedenis. (...) Ook de hoofdregelen der rekenkunde die ik door de kinderen, hen een stuk krijt in de hand gevende, zelve laat bewerken. (...)
Voorts enige vragen (Kroon somt er 35 op, maar vertelt dat er nog meer staan geschreven ‑ aj) over de Nederlandse taal, als:
1. Van welk middel bedienen wij ons om anderen onze gedachten en mening  mede te delen? 2. Is die taal over de gehele aarde dezelfde? (...)
Nog vindt men op genoemd beschot woorden geschreven dienende om de kinderen tot denken te brengen; bij voorbeeld: oogmerk, middel, kunnen, willen, enz. Ik zeg: Jan, spel eens het woord oogmerk. Jij ook Willem. Wat betekent dit woord Jan? Jij Klaas: spel eens doelwit, doelende oogwit etc. Ik vraag hen of zij `, hun oogmerk of doel zullende bereiken er niet iets bij moet komen? Natuurlijk, zegt Jan, een middel. (...)
Voorts vindt men op gezegd beschot fautive opstellen (volgens de leidraad van de kundige onderwijzer Moock te Delft) welke de kinderen op de lei verbeteren en ontleden. Verder vindt men er de 20 leestekens welker betekenis en gebruik op gezette tijden aan de kinderen wordt geleerd. Nog vindt men een bord waarop geschreven staat Laat u door goedheid regeren.
Ook vindt men in de school een gedrukte schoolwet, op bordpapier geplakt, opgehangen. Verder vindt men zes verschillende schoolgebeden, ook op bordpapier geplakt, welk door mij voor en na de schooltijd worden voorgebeden (...) Er is in de school een kastje waarin doelmatige voorbeelden voor groot, middelgroot en klein schrift voorhanden zijn. (...)
Nog vindt men in de school hangende een bordje waarop geschreven staat buiten, een aan de keerzijde binnen, gaande er telkens één kind en geen twee of meer tegelijk naar achteren (toilet); wetende dezelve dus zonder te vragen (daar dit bordje door de uitgaande met buiten naar voren wordt gehangen) of er zich iemand achter bevindt."
1. Algemeen Rijksarchief 's‑Gravenhage, BIZA ‑ Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen 1818‑1848, nr. 4020.

vrijdag 20 juli 2012

Veel voorkomende naam in Maasland rond 1650


Zoekend naar de naam Holierhoek in Maasland is enerverend.Soms vind je gegevens
en denk je JA, maar dan als je ze in je genealogie wilt verwerken klopt het voor
geen meter. Vooral de naam Cornelis Leendertsz Holierhoek blijkt nog al eens in
de archieven te staan. Maar of het mijn Cornelis is?

Voogdijstelling Maasland 1635-ca.1700..(Teun van der Vorm)
GA Delft- gemeenteMaasland – inv.1416.

f. 32v
30-11-1658: Comp. Leendert Arijensz. Oudekamp inwoner van Maasland weduwnaar van zal.
Grietgen Cornelisdr. ter eenre en Cornelis Leendertsz. Hoolijerhouck, schepen van Maasland,
als voogd gesteld bij schout en weesmannen van Maasland, over de nagelaten kinderen van
voorsz. Grietgen Cornelisdr. ter andere zijde, zijn geaccordeerd over de nagelaten goederen
van voorsz. Grietgen Cornelis en het grootbrengen van haar kinderen. De drie weeskinderen
van Leendert Arijensz. Ouwekamp zijn Arij Leendertsz. (ca. 19 jr.), Cornelis Leendertsz. (ca.
16 jr.) en Leendert Leendertsz. (ca. 13 jr.).

6915]
f. 54
23-11-1661: Comp. [voor Zaccharias van Ophoven, not. in Maasland] Adriane Cornelisdr.
Hoolijerhouck wonende in Maasland ziekelijk van lichaam te bedde leggende, en stelt
voogden over haar zoon. Tot voogden Cornelis Leendertsz. Hoolijerh. haar vader en Jan
Cornelisz. Hoolijerh. haar broeder.


[6921]
f. 59v
28-10-1661: Comp. [voor schout en schepenen van Maasland] Dirck Cornelisz. Hoolijerh.
wedr. van Ploontgen Arijensdr. geass. met Cornelis Leendertsz. Hoolijerh. zijn vader ter eenre
en Arij Pietersz. en Jan Pietersz. Bouckesteijn als gestelde voogden over het nagelaten kind
van voorsz. Ploontgen Arijensdr. genaamd Leendert Dircxsz. Holijerhouck, oud omtrent 3
jaar ter andere zijde. Zijn veraccordeerd over de nagelaten goederen van Ploontgen Arijensdr

Deze drie bovenstaande gegevens heb ik nog niet kunnen staven aan onze genealogie.
In deze periode zo rond 1650 in de contreien van Maasland, vind je in de archieven
heel wat mannen met de naam Cornelis Leendertsz. Hoolijerhoek, Holierhoek,
 Hoolijerhouck, of welke schrijfwijze er gebruikt is.

Gelukkig heb ik ook een huwelijksakte in het Trouwboek van Maasland gevonden die ik
wel kan plaatsen. Al is het wel een paar jaartjes later.

Den 29e maart 1722  Jan Leendertsz Holierhoeck j:m (jongeman) hem selvende sullende
begeven ten huwelijcke Staate met Lijsbeth Corn. Van Burgh J:d (jongedochter):
woonende onder Vlaerdinge hem selven aengegeven hebbende onder
t classis van drie gulden dus 3: 0: 0 .
                       De handtekening van Jan, hij tekent met de achternaam holijerrok!!!

Toelichting bij de gaarders :

Tussen 1695 en 1806 werd in het gewest Holland een speciale belasting (impost)
geheven op het trouwen en op het begraven.
De hoogte van de aanslag was afhankelijk van de welstand van degenen die het

huwelijk aangingen resp. degene die begraven werd.
ambachtstrouw = het huwelijk aangegaan voor schepenen (dus burgerlijk huwelijk)
trouw gaarder = op het aangaan van het huwelijk moest een soort belasting betaald worden
begraven gaarder = idem in dit geval bij het overlijden ook een soort belasting
meestal staat in dit Gaarderregister ook de
naam van degene die het overlijden

van een bepaalde persoon
aangeeft, het is dikwijls de man, de zoon, de vrouw of schoonzoon.

donderdag 19 juli 2012

Both-Streefkerk verandering van Familienaam.



Jan Janszn [van] Streefkerck, bouwman, overleden te Ridderkerk (aangifte op 19 maart 1727 door zijn zoon, impost 6 gulden betaald), zoon van Jan Pieterszn [van] Streefkerck en Sijtje Gijsbrechtsdr.
dijkgraaf (1694-1719) schepen/heemraad (1694-1716 o.a. vermeld in weeskamer
Ridderkerk inv. no 13 en 14) dijckgraaf van Reijerkerck(1708)
.
  • 6 januari 1675: Jan Jansz Streefkerk, jongeman, testeert, hierin vermeld dat hij, wat betreft de stee, ongeveer anderhalf jaar geleden zijn zuster uitgekocht heeft.
    Bron: Oud Notariëel Archief Ridderkerk, inventarisnummer 7053 (Ons Voorgeslacht 1992 pagina 314).
  • 20 mei 1707: Vermeld in testament van derden: Jan Streeffkerk, dijkgraaf.
    Bron: Oud Notariëel Archief IJsselmonde, inventarisnummer 4993/125 (Ons Voorgeslacht 1992 pagina 315).
Jan Janszn van streefkerk bouwt met zijn dienstbode de landtbouwerije. In de marge: is een halve capitalist.
Bron: "Ridderkerk in de gouden eeuw", uitgave Oud Ridderkerk nummer 10, 1 juni 1980, transcriptie Gemeente Archief Ridderkerk, inventarisnummer 73, pagina 65 (Ons Voorgeslacht 1992 pagina 314-315).
Jan is getrouwd te Ridderkerk op 19 oktober 1681 (ondertrouwd op 23 februari 1681) met Niesje Pietersdr Gelttelder, afkomstig van Charlois, overleden te Ridderkerk (aangifte op 17 januari 1723 door haar man, impost 6 gulden betaald), dochter van Pieter Arienszn Gelttelder en Adriaentje Dircksdr van Stel.
De acht maanden ondertrouw is het gevolg van de trouwbelofte aan twee jonge mannen door Niesje, waarvoor zij zich voor de raad heeft moeten verantwoorden.
Bron: Lidmatenboek Charlois, nummer 2, 168 1 (Ons Voorgeslacht 1992 pagina 315).
Uit dit huwelijk:
  1. Sijtje Jansdr, gedoopt te Ridderkerk op 2 augustus 1682 (getuigen: Neeltje Leenders).
  2. Pieter Janszn, gedoopt te Ridderkerk op 23 januari 1684 (getuigen: niet vermeld).
  3. Ariaentje Jansdr, gedoopt te Ridderkerk op 2 juni 1686 (getuigen ... Pieters Gelttelder).
  4. Meynsje Jansdr, gedoopt te Ridderkerk op 27 juni 1688 (getuigen: Neeltje Ariens).

lijntje dirkje streefkerk 1959

Dit waren voor mij heel lang de eerste voorouders van mijn moeder Lijntje Dirkje Streefkerk 1922-2002, al stond er wel een vader vermeld nl. Jan Pieterse (van) Streeefkerk (geboren ca.1624) later vond ik hem terug en  getrouwd  met Sijghjen Gijsberts (Mes). Deze Jan Pieterse was een zoon van Pieter Roocken, geboren ca.1572)die na lang zoeken weer afstamde van de familie Both uit Streefkerk. De stamlijn loopt dan verder via, Rochus Walichsz ( geboren ca 1540), Wallich Zegersz (ca.1500) ,Zeger Florisz (geboren ca.1420), Floris die Both Zegersz (geboren ca. 1452),  Zeger Gerardsz die Both (overleden ca.1445), Gerijt Geert (Gerard Gerardsz) Moensz(ca. 1340), tot aan Gerard Moenensz (ook: Sijmonsz, Sijmensz).


Dus feitelijk is de familienaam van mijn moeder niet Streefkerk, maar Both. En ben ik van haar het verst in de jaren terug gekomen.  Laatst vond ik van de familie Both een site op het net `Het geslacht Bot uit Streefkerk-Sliedrecht van Andre Both. Dat was voor mij leuk om te lezen en te kijken of ik voor wat betreft de gegevens van eerste Both mensen ik het wel goed had.  En nu ben ik nog zoekende naar de reden van de naamsverandering. Want dat wil ik heel graag weten.

maandag 16 juli 2012

achtergrondinfo


Op zoek naar achtergrondinformatie over het leven van mijn schoonouders, pa had gewerkt als boerenknechtje vanaf 12 jaar en mam was dienstbode op een boerderij. Dit speelde zich af in de omgeving van Delft en omstreken.

Ik kwam terecht op de site van Trudy Werner-Berkhout, Midden-Delfland is mensen werk en daar vond ik de zo broodnodige informatie om het verhaal van mijn schoonouders aan te vullen.

Een aanrader als je verhalen zoekt uit deze omgeving. Ik vond er de Dagindeling van de dienstbode, die wonderwel aansloot aan het verhaal van mijn schoonmoeder, en Knecht op de boerderij pastte bij het verhaal van mijn schoonvader. http://www.mdmw.nl/pages/index.php

Twee geloven op een kussen....


Soms krijg je pas later door dat er iets speciaals gebeurt is in je familie. Pas nadat ik mijn gegevens in de computer had verwerkt, kwam ik er achter dat in het gezin van Johann Hermann uit Hamburen iets heel speciaals was gebeurt. Tenminste ik vind het best wel speciaal.





Hoflaan in Cralingen rond 1900.


Johann kwam uit Duitsland, wellicht (maar dat is geen conclusie maar een beetje geromantiseerd door mij) om een beter leven op te bouwen. Hij is in Cralingen (Rotterdam) neergestreken en werd daar timmerman.
Johann Hermann Harte, gereformeerd, geboren in Hamburen op 27-12-1681, trouwt in Cralingen op 16 oktober 1718 met Cornelia (Neeltje) van der Meer (Vermeer), zij is geboren in Cralingen .

Jan Harte krijgt in het jaar 1729 toestemming van de gemeente om een timmermanswerkplaats aan de Hoflaan te beginnen.
Samen krijgen Jan en Neeltje 6 kinderen tussen 1719-1727. Neeltje overlijdt op 20 april 1727 na de geboorte van Gerritje op 13 april 1727, het kleintje heeft maar een maand geleefd.
Haar kinderen zijn allemaal Gereformeerd gedoopt, en mijn tak stamt van haar af.

Jan die nu met 5 kleine kinderen zit trouwt 10 maanden later in Cralingen op 08 februari 1728 met de Rooms-Katholieke, Christina Boonhout (Baumholt) ook Bomholt, die geboren is ca. 1700 in Freckenhorst ( Westphalen) Samen krijgen zij nog eens 6 kinderen, maar deze kinderen werden Rooms-Katholiek gedoopt.

De drie jongens uit dit samengestelde gezin werden:  timmerman, huistimmerman en mr. timmerman.
Uit dit gezin is dus een Gereformeerde tak en een Rooms-Katholieke tak ontstaan.

Maatschappelijk kwam er ook een verschil in deze nazaten van beide moeders. De gereformeerde kant bracht ambachtlieden, zoals timmermannen, metselaars, en later arbeiders voort, terwijl de Rooms-Katholieke tak daarentegen opklom met koopmannen en zelfs een minister van financieen voortbracht. (daarover later meer).

Heb tot nu geen bewijzen of verklaringen kunnen vinden om het verschil in de maatschappelijke positie van de kinderen uit dit gezin en hun nazaten te verklaren. Dat is dan iets wat ik dan graag zou willen weten.

vrijdag 13 juli 2012

Trouwboekje




      
Een bruin kartonnen kaftje wat al op de rug is geplakt met breed plakpapier.
Ook is het boekje erg beschadigd doordat het ooit nat is geweest en de blaadjes aan elkaar geplakt hebben gezeten.
Binnenin de artikelenpagina en dan de pagina met de datum van het huwelijk en de namen van de bruid en de bruidegom.
Johannes Jacobus Harte en Hillechien Geersema, de bruidegom 22 jaar en de bruid 20 jaar.
De datum is een waarschijnlijk zomerse dag 27 juli 1910 te Assen provincie Drente.
Aangezien er al aardig in dit boekje was bijgeschreven toch maar de huwelijksakte aangevraagd
Dat er al een kindje was voor hun trouwerij blijkt uit de bijschrijving van Anna Harte, erkend bij Akte d.d. 24-12-1909 bij vader en moeder.
En dan heb je ook direct de volgende namen op de ladder van deze familie, nl de wederzijdse ouders.
Johannes Jacob geboren in Assen en  in het dagelijks leven gewoon Jan genoemd was glasblazer en de zoon van
Antonie Harte die ten tijde van Jan zijn huwelijk al overleden was en Artje van Ginkel.



Hillechien geboren in Vries was de dochter van Jan Geersema en Annigje Welling.
Getuige bij dit huwelijk waren: Hendericus Hasselt (pakhuisknecht) en oom van de bruid.
Albert Geert Stokvis  (tuinman)
Geert Schapers (schipper)
Frans de Hoo ( gemeentebode)
En dan het volgende blaadje van het trouwboekje 11 kinderen werden er bij geschreven.


En zo was daar het begin van de genealogie Harte en gelijk kwamen er de vragen
Want ja een aantal kinderen werden in Assen geboren en een aantal in Schiedam
Was daar een reden voor??
Het bleek dat mijn opa als los werkman op een gegeven moment geen of weinig werk kon vinden in Assen
Om zijn gezin te onderhouden verhuisde men naar Schiedam omdat hij daar werk had kunnen vinden.
Van 1912 – 1919 hebben ze in Schiedam gewoond en daarna weer terug naar Assen.
Maar daar was nog steeds geen werk voor Jan en dus vertrokken ze in 1927 voorgoed naar Schiedam.

Waar Jan op 17 oktober 1964 overlijd en Hillechien op 22 maart 1977 zie de aantekening in hun trouwboekje.