donderdag 12 juli 2012

Gelegenheidsgedichten

Je kent ze wel, “gelegenheidsgedichtjes”. In elke familie werden er vooral bij trouwerijen van die gedichtjes gemaakt. Vaak staan er wel dingetjes in die in het gezin of met het bruidspaar zijn gebeurt. Mijn neef Constant bezit een speciaal gedichtje van onze opa en oma  die ze gekregen hebben van hun schoonzusje op hun 50 jarig huwelijksfeest. Ik heb daar een kopietje van:   


Op een julidag 50 jaar geleden , zei hij tot haar zeg hoe zou jij het vinden ,
als wij ons tot man en vrouw verbinden.
Zo gezegd zo gedaan , zijn ze naar het stadhuis gegaan.
En vingen daar hun huwelijk aan.
Kort na de bruiloft gingen zij aan het pakken,
om naar Schiedam af te zakken.
Maar het was daar niet naar de zin van Hillie ,
Ja zei Jan vrouw wat wil ie.
De dokter moest er een mouw aan passen ,
en al gauw waren ze terug in Assen.
De ooievaar vloog druk heen en weer ,
wel geteld was het elf keer.
Jaren waren weer verstreken ,
maar wat toen weer is gebleken.
Er was te weinig verdienste in Assen.
Moeder sloeg toen maar aan het piepers jassen.
Vader 't was een schrale troost ,
paste toen maar op het kroost.
Tenslotte zei hij , het gaat om onze boterham ,
er is maar ene weg we gaan weer naar Schiedam.
Het huwelijk was niet altijd feest ,
ook narigheid is er geweest.
Kleine Jan de arme stakker ,
lag heel veel met hoofdpijn wakker.
Kleine Harm kon niet goed drinken ,
maar moeder liet de moed niet zinken.
Door met geduld druppel voor druppel te geven ,
hield zij haar kleine zoon in leven.
En het is zo zonder dollen ,
kreeg hij de bijnaam van de bolle.
Pietje viel door een luik op zolder met veel gehuil en geklater ,
in een teil vol met heet water.
Zo is het leven een lach en een traan ,
Ook de oorlog is over ons heen gegaan.
Man en zonen moesten moeder verlaten ,
de oudste zoon moest zelfs het leven laten.
Maar overal komt een einde aan ,
al kan ik nog heel veel verder gaan.
Daar is toch ook veel goeds geweest ,
daarom vieren wij nu met het bruidspaar en kinderen een vrolijk gouden huwelijksfeest. Dit souvenir bied ik u aan aldus , nog veel geluk wenst u uw jongste schoonzus.

Schiedam 27 juli 1960

woensdag 11 juli 2012

Ortstel Harte

Deze week nog maar eens proberen om in Duitsland iets te vinden voor wat betreft de familie Harte. Echt geen sucses, want ik kom echt niet veel verder. Dan maar zoeken welke archieven ik kon aanschrijven over het dorpje Westerkappeln. Dan tot mijn verbazing vind ik dit: 




Dit maakt wel duidelijk waar ik moet wezen voor informatie, maar waar zou het Ortstel Harte dan wel zijn?
Ook die vraag werd gewoon snel beantwoord want op dit kaartje is te zien waar het ligt.

In de buurt van Westerkappeln dus, zou daar mijn familienaam dan vandaan komen? Dan heb ik eindelijk gevonden dat onze familienaam Harte is afgeleid van een streek in de provincie Westfalen. Zo zie je maar elke keer een stapje verder.

dinsdag 10 juli 2012

Familiebanden

Zomaareen mailtje in de mailbox. Henk Geersema vraagt mij om wat gegevens over de familie Geersema.Het gebeurt nadat ik de gegevens op het internet hebt gezet nu regelmatig dat ik een vraag krijg en brengt dan altijd weer verrassingen. Ook deze keer, want even zoeken en we weten dat Henk een volle neef is van mijn vader. Hij noemde mijn opa en oma, ome Jan en tante Hillie. Nu heb ik van mijn opa en oma nog wel wat foto's dus die stuurde ik mee in het antwoord mailtje.

En dan komt voor mij de verrassing, Henk vraagt me of ik al een foto heb van zijn grootouders van de Geersema kant. Nee, dus! En zijn grootouders zijn dus mijn overgrootouders! Hij stuurt mij de foto en zo heb ik ineens weer een stukje familie zichtbaar om te bekijken. Daar wordt een mens erg vrolijk van van zulke verrassingen.
Dit fotootje is alles wat ik van mijn overgrootouders bezit en nu komen daar dus de gezichten bij!



Jan Geersema en Annechien Geersema-Welling

De naam Geersema was in het begin moeilijk te vinden, vooral als je je als beginneling aan de exacte spelling van de naam houdt. Want in genealogieen maar ook in het archief werd deze naam meermalen als Geertsema geschreven, dus met een t ertussen. En zo heb ik deze familie ook al aardig bijelkaar gescharreld.
Des te leuker dus om nu contact te hebben met een Geersema. Was mijn oma met opa naar Schiedam getrokken voor werk, haar broer Harm (fietsenmaker van beroep) , vertrok helemaal naar Limburg om in de mijn te gaan werken, Dat geeft wel aan hoe veel armoede er heerstte in Drente anno 1850-1900.

Hier nog even de gegevens van Jan en Annechien:
Jan Geersema is Tuinman van beroep en geboren in Gasselte op 20 augustus 1859, zoon van Gerhardus Geersema en Hinderkien Rosies, Hij trouwt in Assen op 5 mei 1886 met Annechien (Annigje) Welling, dienstmeid. geboren in Haren (Noordlaren, Groningen) op 4 maart 1859 , dochter van Harm Welling en Hinderkien Nijland, samen krijgen ze 7 kinderen, Jan overlijd in Assen op 11 juli 1922, 63 jaar oud Annechien overlijd in Assen op 24 december 1938,84 jaar oud.

Annechien kwam in Dente terecht volgens haar PK op 4 juni 1872 toen zij naar Borger kwam en bij haar grootouders ging wonen, in 1883 vertrekt ze naar Assen en is ze in 1886 gehuwd. Samen woonde zij van 1889-1890 in Taarlo (gemeente Vries) en later in Assen.

maandag 9 juli 2012

De Oostpoort in Rotterdam

Een van mijn voormoeders, werd geboren nabij de Oostpoort in Rotterdam.Zij heette Sara de Heer en zij werd geboren op 27 augustus 1724 als dochter van Jacob de Heer en Cornelia Kievits, Zij huwde mijn voorvader Pieter Harte, zoon van Johann Hermann Harte en Cornelia (Neeltje) van den Meer (Vermeer), die geboren werd in Cralingen op 22 augustus 1728 en als beroep timmerman werd, en zelfs meestertimmerman werd, ik heb van hem gevonden dat hij doodskisten maakte voor 18 gulden. Luguber eigenlijk, maar ja, iemand moet die maken. 


Pieter en Sara  trouwde in Rotterdam op 29 juni 1745, en kregen samen 10 kinderen. Sara overlijdt in Rotterdam voor april 1767, waarna Pieter op 13 december 1767 in het huwelijk treed met Aagje Lion, jongedochter van Rotterdam, en dochter van Pieter Lion en Maertje Santvoort, gedoopt te Cralingen op 18 september 1729, Aagje overlijd in Rotterdam op 15 november 1812 en Pieter overlijd op 25 november 1812. Aagje en Pieter kregen geen kinderen, maar Aagje was regelmatig te vinden als doopgetuigen bij de kleintjes van haar stiefkinderen.


Als ik heden ten dagen door Rotterdam wandelt om plekken te vinden die in mijn genealogie voorkomen
is er van de Oostpoort niets meer terug te vinden. Dus ben ik maar eens op het net gaan kijken en daar vond ik in ieder geval relevante gegevens:


De Oostpoort in Rotterdam was een stadspoort die gelegen was ter hoogte van het huidige Oostplein. 


Historie                       
Van de oudste Oostpoort is geen precies bouwjaar bekend. Waarschijnlijk is deze rond 1358 gebouwd. In 1563 is de Oostpoort door een grote brand getroffen. De Oostpoort werd toen hersteld. Op 9 april 1572 trok de Spaanse stadhouder Bossu via de Oostpoort de stad binnen en richtte er een bloedbad  Een tiental Rotterdammers vonden de dood waaronder Burgemeester Roos en Zwart Jan. In 1574 stortte de Oostpoort in.
In 1613 werd een nieuwe Oostpoort gebouwd die in 1836 werd gesloopt. De restanten van de poort werden in 1912 afgebroken.
Heden
De gevelsteen uit de poort van 1613 die herinnert aan de inval van Bossu is bewaard gebleven en ingemetseld in het filiaal van de Amsterdamse bank (nu ABN-AMRO) aan het Oostplein. Hier ligt ook het metrostation Oostplein.

Leuke vonds



Gevonden in Westland Streekhistorie jaargang 7,
nr;7 februari 1998 blz.9

Van de heer Jac.J.Holierhoek uit Wateringen ontvingen wij de transcriptie van een akte uit het gemeente archief van Maasland waarin een uitzonderlijke gebeurtenis uit 1820 was vastgelegd. Deze akte had hij gekregen van de heer Peter Smit, gemeente archivaris van Naaldwijk, die de archieven van Schipluiden en Maasland inventaviseert. Omdat de ambtelijke taal uit die tijd  niet voor iedereen goed leesbaar is geven wij hieronder een vrije vertaling van het voorval.
 Op 16 april van het jaar 1820 maakte Petrus Coenraad de Coningh, die Schout en President van de Gemeenteraad van maasland, canton Vlaardingen, provincie Holland, Zuider Quartier, was een akte op van een merkwaardige zaak die zich in Maasland had voorgedaan. Voor hem waren verschenen Arij Holierhoek, oud 46 jaar, bouwman  (boer) wonende in de Duifpolder in Maasland, Pieter Voskuil, oud 56 jaar die op de boerderij van Holierhoek woonde en Steven Sliedregt, 50 jaar oud, die aan de kade van de Aalkeet Buitenpolder woonde en van beroep "jagtslachter"was.
 Deze Maaslanders verklaarden tegenover de Schout het volgende:
Arij Holierhoek had in het voorjaar van 1819 een zwarte melk-koe uit de stal van zijn boerderij in de wei gezet. Deze koe gaf 20 kop melk per melkbeurt ( ongeveer 10 liter). Holierhoek heeft haar gemolken tot 1 oktober van dat jaar. Die dag heeft hij de koe niet gemolken  omdat het dier ziek geworden was. Het wilde niet meer eten en het was niet duidelijk wat het dier precies mankeerde. Acht dagen later was de koe weer opgeknapt en heeft hij haar nog tot begin november gemolken. Tot november gaf de koe nog 16 kop melk per keer. Toen de melkgift weer verminderde heeft Holierhoek de koe droog gezet om het dier vet te mesten en voor eigen gebruik te laten slachten.
 Nadat hij de koe op stal gezet had heeft hij enkel hooi gevoerd. Het dier groeide goed en toen het vet genoeg was is de koe op 7 januari 1820 op de boerderij geslacht door Steven Sliedregt. Toen het beest in tegenwoordigheid van Arij Holierhoek en Pieter Voskuil werd opengesneden ontdekte de slachter iets bijzonders.
 Bij het opensnijden van de pens kwam daaruit tot verbazig van allen te voorschijn een "EENE STAALE SCHINKEL", het ijzer van een schaats, dat elf duim lang was (bijna 30 cm.) met bovendien nog een krul aan de voorkant van 2 duim. Deze schaats werd door de aanwezigen aan de schout getoond waarbij men plechtig verklaarde dat dit de schaats was die in de pens van de koe gevonden was. Boer Holierhoek en zijn beide metgezellen verklaarden in de notariele akte dat zij dit bijzondere voorval met name vast hadden laten leggen "voor Redenen van Wetenschap". Desgewenst zouden zij het onder ede kunnen bevestigen.
Of de wetenschap hieraan nog iets gehad heeft is niet bekend. Hoe het mogelijk is dat een koe zo'n groot stuk ijzer in heeft kunnen slikken is een raadsel, het heeft het dier vast en zeker zwaar op de maag gelegen.   j. Dahmeijer.
Deze Arij Holierhoek in dit verhaal is Adrianus Cornelisz Holierhoek, geboren in Maasland op 19 mei 1774, zoon van Cornelis Jansz. Holierhoek en Jannetje Ariensdr. de Velt, Arij trouwt in Maasland op 15 april 1803 met Jannetje (Antje) Cornelisdr. Stolk, Antje  is geboren in Zouteveen op 5 januari 1783 , dochter van Cornelis Dirkze Stolk en Maria Cornelisse van Berkel,
Samen kregen Arij en Antje 10 kinderen, met als zevende kind zoon Henricus ( Hein) Holierhoek, waarover ik al eerder iets schreef.

zondag 8 juli 2012

Familie foto's gevonden

Doordat mijn schoonzusje ook interesse begon te krijgen om haar familiegeschiedenis op te schrijven, ging zij bij tante Annie op bezoek met de intensie om oude fotoboeken te bekijken. En tot onze verbazing vond zij foto’s van onze overgrootouders Adrianus Holierhoek en Hendrika Tetteroo.
                                                   

Adrianus was het oudste kind en zoon van Hendrikus (Hein) Holierhoek , die geboren is in Maasland op 30 september 1814 en van Geertuida Gordijn geboren in Hof van Delft op 5 maart 1820. Zij kregen  8 kinderen, waaronder dus Adrianus Holierhoek  hij werd geboren in Maasland op 4 mei 1846, Aai huwde in Vrijenban op 2 mei 1877 met Hendrika Teteroo, dochter van Cornelis Huijberts Tetteroo en Willemijntje van der Brink , Hendrika werd geboren in Berkel op 17 december 1850.  Zij kregen samen 11 kinderen. Adrianus overleed te Schipluiden op 1 februari 1917, 70  jaar oud, Hendrika overleed in Delft op 23 februari 1930, zij werd 80 jaar.
Hendrikus de vader van Adriaan, werd HEIN genoemd en had aanvankelijk een boerderij in de Duifpolder. Toen een ziekte zijn veestapel trof, moest hij met pijn in zijn hart de hoeve verlaten. Hij werd arbeider bij een tante aan de Gaagweg en in 1845 werd er daar in de buurt voor zijn gezin, dat toen al 5 kinderen telde, een klein onderkomen langs de weg gebouwd. Een steens muurtjes en vrijwel zonder voorzieningen. het geheel koste 600,- gulden.


Arie, een van de zonen van Hein, woonde later met zijn vrouw Hendrika Tetteroo uit Berkel en hun kinderen in dat piepkleine huisje,. Aai, zoals hij in de volksmond genoemd werd, overleed op 70 jarige leeftijd tijdens het kaarten en Hendrika bleef zonder inkomen achter. Daarop kwam dochter Geertruida met haar man Siem Berkhout bij haar inwonen. Het gezin telde uiteindelijk negen kinderen, en het hele huishouden vond onderdak in het zelfde pandje. Opoe Hendrika verhuisde later naar een huisje tegenover Hodenpijl. Als de kleinkinderen Berkhout naar de kerk daar liepen, gingen ze altijd na afloop bij opoe een beschuitje eten. Je moest immers met nuchtere maag naar de Heilige Mis.

donderdag 5 juli 2012

Het begin

Waarom begin je aan het uitzoeken van je familie wordt mij toch regelmatig gevraagd. Dat zal voor een ieder een andere aanleiding zijn. Voor mij begon mijn zoektocht naar mijn voorouders in 1977 toen ik in het bezit kwam van het trouwboekje van mijn opa en oma Jan Harte en zijn vrouw Hillechien Harte-Geersema.

       
Het is een bruin kartonnen boekje wat door ouderdom en de vele handen die het hebben vastgehouden, helemaal versleten, en gescheurd is. Heb dit boekje een paar jaar bewaard in een doosje met allerlei dingen die ik belangrijk vind. Soms nam ik het in handen en las dan de namen van mijn vader en zijn broers en zusters. Na verloop van tijd werd ik toch wel nieuwsgierig naar de rest van mijn voorouders. En toen begon mijn zoektocht in archieven. Het eerste wat ik ging uitzoeken waren de algemene B.S. gegevens.
Verhalen hebben alle familie’s wel en dus ook in mijn familie (HARTE) hoorde ik als klein meisje dat wij afstamden van een schoorsteenveger die vanuit het zuiden, italie-spanje-frankrijk naar ons koude Nederland was gekomen.
Waar men dat op baseerde? Ik neem aan omdat wij allemaal, niemand uitgezonderd, toch wel een donker uiterlijk hebben. Vooral hele donkere bruine ogen, een huid die in de zon heel snel bruin tot diep bruin kleurt, donker bruine haren. En dus ook donkere wenkbrauwen.  En daarbij onze lengte, we zijn niet zo groot, ook de mannen niet. Zelf ben ik maar 1.meter 58 cm.
Maar er was ook nog een ander verhaal nl; Dat er in Duitsland net over de grens een kasteeltje ofwel een familiehuis staat. En dat we dus afstammen van een Adelijke Duitse familie. Iemand had ooit een kerkhof daar bezocht en grafstenen met onze familienaam gefotografeerd. Wie dat is geweest is mij nooit duidelijk geworden en waar die foto’s gebleven zijn weet ik ook niet.
En dan overlijd onze “kleine”omaatje Hillegien Harte-Geersema in 1977 en krijg ik haar trouwboekje. Wat mij dus aanzette om onze familie uit te gaan zoeken. Na een tijdje werd mij wel duidelijk dat die schoorsteenveger naar het land van de fabels gestuurd kon worden. Maar Duitsland kwam wel in zicht. Onze eerste Hollandse voorvader kwam uit Hamburen een klein dorp onder de rook van Osnabruck. Net over de grens in Bentheim. Samen met mijn neven Willem en Constant Harte ben ik daar in de omgeving gaan kijken. We hebben er een inderdaad een familiehuis met het opschrift Harte gevonden.  Constant heeft nog contact gehad met Brigitte Jancke, die veel van de familie Harte uit Duitsland weet. Ik heb die dag niet goed opgelet dus ben hier het spoor in Duitsland bijster. Ook een foto heb ik niet van dit familiehuis. Hoe dom kan je zijn. Maar ik had op dat moment alleen maar aandacht voor de schitterende omgeving. En daarbij is mijn Duits heel slecht. Misschien zijn er nog mensen in de familie of aangetrouwd die wel het Duits beheersen en het leuk vinden om de aansluiting daar te onderzoeken. Ik laat het bij de Duitse gegevens die ik nu heb.
Aangestoken door het enthousiasme van de medewerkers van allerlei archieven, ben ik ook de familie van mijn moeders kant gaan uitzoeken. Sinds ik op het internet  gegevens kan vinden, en er heel veel scans van huwelijksakten e.d te vinden zijn, hoef ik niet meer zo vaak het land in om archieven te bezoeken. Maar nog altijd ben ik blij dat ik het op deze manier heb geleerd en nog steeds ben ik reuze dankbaar voor alle hulp die ik gekregen heb van de archiefmedewerkers,  van o.a. Assen, Tiel, Schiedam, Ridderkerk, en nog veel meer..
Door het zoeken in archieven werd voor mij een hele nieuwe hobby geboren, en ben daar nog dagelijks mee bezig. Soms omdat ik weer nieuwe gegevens heb gekregen of gevonden. Soms gewoon omdat ik alle tikfoutjes en dergelijke verwijderen moet uit mijn programma. In het begin was ik niet zo precies blijkt nu achteraf wel, maar elke dag komt mijn genealogie er een stukje beter verzorgd uit te zien.
Had ik in het begin alleen maar oog voor alle datums, nu vind ik wat er omheen hoort eigenlijk nog belangrijker, elke keer wil ik meer weten, meer vinden.
Onderussen heb ik al mijn gegevens op Geneanet en Genealogie online gezet. En dat resulteert in leuke contacten via de mail.