zondag 28 september 2014

Kniepertjes uit het wafelijzer of op zijn Drents een kniepertjes iezer.

Met oud en nieuw was het heerlijk snoepen bij oma Hillechien Harte-  Geersema 1890-1977. Ik kan zelfs de geur nog herinneren maar misschien komt dat wel omdat ik met oudjaarsdag nog steeds kniepertjes eet. (een heerlijk zoet wafeltje)

Op vakantie in Drente en dan ga je natuurlijk naar de jaarmarkt en daar kom je regelmatig nog dames in klederdracht bezig om kniepertjes te maken. Maar zoals oma ze maakte daar kunnen die dames niet aan tippen.

Maar dat was niet wat ik wilde neerpennen hier, want ja, welke Hollander weet nu wat een kniepertje is. Dat ga ik hier vertellen omdat het een herinnering is aan een klein vrouwtje met een sterke Drentse tongval, waar wij vaak op bezoek kwamen.


Als kind zag ik de kniepertjestang al bij oma en vond het elke keer weer reuze spannend als zij op Oudjaarsdag de gaspit aandeed en daar de tang oplegde. Zo kon hij goed heet worden. Oma vertelde dan wel dat zij dat vroeger op de kachel deed, maar met de gaspit gaat het sneller. Voordat oma de tang op de gaspit neerlegde hadden we natuurlijk al wel een hele schaal vol zoet deeg gemaakt dat glom van de boter. En dan het grote moment de tang was heet en oma stopte er een mooi rond balletje deeg tussen en dan ging de tang weer even op de gaspit. Eventjes aan de ene kant dan de tang omdraaien en dan de andere kant nog . Niet veel later lag dan het heerlijke kniepertje op mijn bordje

Het verhaal dat oma er bij vertelde vond ik, en vind ik nog steeds een mooie gedachte. Je maakt namelijk 2 verschillende kniepertjes, platte en opgerolde. De platte krijg je op Oudjaarsdag ten teken dat het jaar voorbij was en helemaal open, je wist wat je had gehad dat jaar, maar het rolletje gaf je op Nieuwjaarsdag, het jaar begint en je kan nog niet zien wat je verwachten kan, voorspoed, tegenspoed en ga zo maar door.Wat een symboliek zit er in dit kleine verhaaltje.

Van oma heb ik ook het recept gekregen al gebruikte zij veel meer vanwege mijn vele ooms.tantes, neven en nichten. hier voor een ieder die het wil proberen het recept van oma:

200 gram bloem                                     
150 gram boter
150 gram suiker en
2 kleine eieren.

De boter zeer langzaam smelten, daarna bloem, suiker en eieren toevoegen en er een geheel van maken, rol van het geheel kleine boterballetjes, verwarm de tang voor , de moderne wafeltangen hebben een thermostaat en die zet men dan op
3 √° 4.
De ouderwetse tang verhit men op een gaspit.
Doe een bolletje deeg in het voorverwarmde  ijzer, knijp hem dicht, goed vasthouden als de tang op de gaspit ligt.  Als het wafeltje mooi goudgeel is aan beide kanten, eruit halen en af laten koelen op een roostertje, of voor de Nieuwjaarsdag de wafeltjes oprollen met een rond roetje.

Snoepze!


zaterdag 27 september 2014

STAMREEKS Welling.



Nog maar een Drents stukje familie uit Borger.

De naam Welling kun je vinden in Amersfoort, Emmen, Smallingerland, Rotterdam, Utrecht, Amsterdam, Nijmegen, Doesburg , Wehl, maar onze familie is niet aan te sluiten. Zij  komen uit Borger waar zij vanaf 1776 woonden en werkten. Het is eigenlijk maar een “kleine” familie. In de doopboeken van Borger vind ik als eerste vermeld:

1.Jan Harms Welling ,waar hij geboren is, is mij onbekend, hij trouwt in Borger op 10 november 1776, als zoon van Harm Welling en NN, met Everdina (Evertje) Berents komend van de Wildervank.  Jan Harms wordt vermeld Haardstedengeld 1672-1804 Jan Harms 1, keuter en wever bedrag 2.00.00.

               In het doopboek van Borger al hun kinderen bijeen gezocht:

1.     Harm Jans Welling, geboren in Borger 2 augustus 1778, volg 2
2.     Jan Welling, geboren in Borger 20 april 1783
3.     Koop Welling, geboren in Borger, 2 november 1785
4.     Marliena Welling, landbouwersche, geboren in Borger, 8 juli 1787, zij overlijd te Borger op
               28 september 1870, zij trouwt in Borger op 24 mei 1817 met Berend Diemer, hij is geboren
               in Groningen op 25 december 1796, als zoon van Willem Diemer en Eltje Jans van Olm,
               hij  overlijd  in Borger op 13 mei 1864.
5.     Berent Welling, geboren in Borger op 17 januari 1789
6.      Coop Welling, geboren in Borger op 3 juni 1792.

2.Harm Jans Welling, geboren in Borger op 2 augustus 1778, als beroepen heeft hij slagter/wever achter zijn naam staan, hij overlijd in Borger op 12 juni 1855 en trouwt in Borger op (1) januari 1907 met Wemeltien Roelfs, geboren ca. 1770, zij overlijd in Borger op 19 december 1813, Harm trouwt dan de tweede keer in Borger op 25 januari 1815 met Aaltien Derks. Van Harm Jans gevonden Successiememories 1826-1928, Kantoor Assen 21-07-1855 Inv.nr: 76 252(1) memorienr: 3308 Er is onroerend goed aanwezig. (Moet ik nog gaan bekijken in Assen) Zij krijgen 1 zoon. 

3.Jan Welling, geboren in Borger op 7 januari 1808, als zoon van Harm Jans Welling en Wemeltien Roelfs, hij overlijd in Borger 20 januari 1883, ook hij trouwt in Borger op 31 augustus 1832 met Anna Boer, geboren Sleen (Borger) op 18 mart 1807 als dochter van Roelof Boer, landbouwer en Geessien Oosteralting, zij overlijd in Borger op 5 oktober 1880. Ook Jan is te vinden in de successiememorie te Assen, 19-07-1883inv.nr: 116, opname nr: 40(2), memorie nr: 5/165 Er is onroerend goed aanwezig. 

                     Dit zijn hun kinderen:

1.     Harm Welling, geboren Borger 2 december 1833, volgt 4
2.     Geessien Welling, geboren Borger 21 september 1838, zij trouwt in Borger op 17 maart 1864 met Hendrik Smeenge, timmerman, hij is geboren te Eest, gem. Borger op 20 september 1835.
3.     Willem Welling, geboren Borger 21 augustus 1850, hij trouwt in Haren op 14 mei 1881 met Johanna Sikkens, zij is geboren in Noordlaren ca 1838. Zij krijgen 9 kinderen:
Jantje, Hillechien,Hendrik,Anna,Jan,Hendrik die trouwt met Sietske Wilhelmina Eggens, Hillechien die trouwt met Willem Warring, Jantje die trouwt met Hendrik Wighers en Anna die trouwt met Berend Tol.

4.Harm Welling , geboren in Borger 2 december 1833, als zoon van Jan Welling en Anna Boer, hij wisselt nogal van beroep in 1858 is hij dienstbode, timmerman in 1859, molenmaker in 1861-64, timmerman in 1866 en molenmaker in 1875, hij overlijd in Haren (Groningen) op 25 maart 1872, hij trouwt ook in Haren op 11 december 1858 met Hinderkien Nijland, geboren in Eelde op 14 januari 1840 als dochter van Hindericus Nijland en Hillechien Bos, zij overlijd in Vries op 4 april 1911.
                          Dit zijn hun kinderen:
          

1.     Annechien Welling, geboren in Haren op 4 maart 1859, volgt 5
2.     Hendrik Welling, geboren 1862, overleden 8 jaar oud in Noordlaren op 11 januari 1875.
3.     Hilletje Welling, geboren Noordlaren op 16 augustus 1861.
4.     Jantien Welling, geboren Noordlaren op 31 augustus 1864.
5.     Harm Welling, geboren Noordlaren op 26 november 1866
6.     Jan Welling, geboren Noordlaren op 14 december 1869
7.     Jan Welling, geboren Noordlaren 1870, hij trouwt 1 met Rimada Semina Swartwold, hij trouwt 2 met Johanna Wolters.

                                    
Annechien Geersema-Welling
5.Annechien Welling, geboren in Haren op 4 maart 1859, als dochter van Harm Welling en Hinderkien Nijland, zij overlijd in Assen op 24 december 1938 en trouwt in Assen op 5 mei 1886 met Jan Geersema. Dit zijn mijn overgrootvader en overgrootmoeder van vaders kant.

donderdag 25 september 2014

Niet te plaatsen Willem Jacobus Harte en zijn familie.


Een advertentie die mij als zeemansvrouw heel erg aansprak dus ging ik op zoek met dit als resultaat:

Willem Jacobus Harte, zeevarende, geboren te Rotterdam 16 juli 1827, als zoon van Jacob Harte en Justina Timmermans, trouwt te Rotterdam op 28 maart 1860 met Catharina van der Meulen, waschvrouw, geboren Rotterdam op 11 april 1834 als dochter van Martijn van der Meulen en Elizabeth Maria Vrijdag. Van haar geen 2e huwelijk gevonden.

Willem zijn vader Jacob Harte werd in Rotterdam geboren op 10 september 1791, als zoon van Jacob Harte en Anna Filippin, hij trouwt te Rotterdam op 22 november 1815 met Justina Timmermans, geboren te Rotterdam op 14 mei 1789 als dochter van Francijntje Timmermans.

Jacob Harte, geboren ca 1767, overleden Rotterdam 16 mei 1802,  trouwt in Rotterdam 16 juni 1789  met Anna Maria Doretha Franciskca Filippin  (-Philippine-Philippe-Filepppin-Philippi) , geboren te Metterichstad Hessen Cassel ca. 1756 als dochter van Nicolaas Philippi en Anna Maria NN, zij overlijd in Rotterdam op 17 november 1848.


Dan denk je toch als je al die data bij elkaar hebt, dat je deze familie zo tussen jouw familie kan inpassen. Niet dus! In Rotterdam geen ouders van hem gevonden.  Heb nog even gekeken of hij soms in de familie Harte uit Terneuzen  past, maar ook daar kom ik Jacob uit 1767 niet tegen. Als er iemand is die mij verder kan helpen, dan graag. Maar voorlopig heb ik dit stukje familie Harte apart staan.

dinsdag 23 september 2014

De stamreeks van Nanning OBDAM/OPDAM 1600-1905





Nanning Cornelisz. Obdam/Opdam, komend van Leiden, geboren ca. 1600. Hij is de 10x overgrootvader van mijn echtgenoot
.
In 1666 zijn Nanning Cornelisz en Annetie Cornelis doopgetuige bij een kind van Arie Nanningsz. Ook vinden we bij de kinderen van Arie als doopgetuige o.a. Crijntie, Leuntie, Maertie en Cornelis Nanningsz. Zij zijn vermoedelijk broer en zusters van Arie en dan zou Nanning Cornelisz de vader van hen kunnen zijn.

Arie Nannings Obdam/Opdam, geboren te Voorschoten ca 1635, als zoon van Nanning Cornelis Opdam en NN, hij trouwt in Voorschoten op 22 mei 1657 met Leuntje Cornelis van Vliet, geboren te Voorschoten als dochter van Cornelis Jansz van Vliet en Leuntje Mourijsdr. Van Wou. Zij krijgen 7 dochters en 5 zoons.

Laurens Ariens (Louwe Arisse) Obdam/Opdam, geboren ca. 1658, R.K.te Voorschoten, als zoon van Arie Nannings Obdam en Leuntje van Vliet, Op zijn 80e jaar overlijd hij in Wassenaar op 5 april 1738, aangegeven door zijn zoon Jan Louwe, prodeo. Hij trouwt in Wassenaar op 10 september 1680 met Marijtje Aris (Marieke Aries) van Guite van Genits, gedoopt in Wassenaar op 6 december 1657 als dochter van Arijen Lourisz. van Genits  en Maertje Claes van Brinchorst, zij overlijd in Wassenaar op 1 juni 1736 en wonen in 1700 in Oostdorp (Wassenaar), samen krijgen ze 8 dochters en 5 zonen.

10-09-1680  huwelijksacte Lourens Aryensz van Obdam j.m. x Marytje Aryens van Guite j.d. Getuige bij zijn huwelijk is Eva Jans, de vrouw van zijn broer Cornelis.
In 1700 wordt het gezin vermeld bij RK Wassenaar (Oostdorp): Louwers Arese van Opdam 42 jr, Mary Ares van Gerrits 44 jr, Leuntie 15 jr, Arie 13 jr, Jan 9 jr, Nanningh 3 jr, Clara 1 jr.
Op 06-06-1701 overlijdt er een kind van Louwe Arisse Obdam. Pro Deo begraven, bij geboorte overleden?
Louwe wordt bij de doop van zijn kleindochter Adriana in 1730 genoemd Laurentius Adrianus Opdam.
Marijtje van Guite van Genits: In 1728 wordt zij als doopgetuige genoemd bij Cornelia, het kind van Jan Louwe Obdam x Grietie Jacobs Rietbroek.

Nanning Laurens (Ferdinandus) Obdam/Opdam, gedoopt in Wassenaar op 17 april 1696, als zoon van Laurens Ariens Obdam en Marijtje van Guite van Genits, hij overlijd in Velsen op 26 oktober 1729 hij trouwt waarschijnlijk te Wassenaar op 16 mei 1706 met Maatlief Cornelisdr. van Zetten

Ferdinandus is samen met Marytie Paulis doopgetuige bij Apollonia Obdam in 1724, dochter van zijn broer Jan Louwe Obdam en Grietie Jacobs Rietbroek. Was deze Marytie misschien de vrouw van Ferdinand en moeder van Arie Nanningsz? Marijtje Paulus wordt ook genoemd (nu met Willem Boogaard) te Lisse in 1746 bij de doop van Jannetje d/v Arie Nanningsz.

Gevonden in het trouwboek van Velzen een trouwinschrijving van Ferdinand j.m van Wassenaar en Maatlief Cornelisdr van Zetten op 16 mei 1716. Hij zou dan 20 jaar zijn!  Is dit soms onze Ferdinandus?  

Nanning (Ferdinand) Laurens Opdam : Een huwelijk c.q. kinderen van hem zijn nog niet gevonden. Toch is deze Nanning voorlopig als vader gekozen van de volgende stam van Arie Nanningsz. Vermoedelijk is "vader" Nanning Louwe/Laurensz tesamen met de reeds getrouwde broer Arie Louwe van Wassenaar naar Velsen getrokken. Doopgetuigen bij de kinderen van Arie Nanningsz komen o.a. uit het gezin van Jan Louwe, broer van Nanning (Ferdinandus) Laurensz.

Arie Nanning Opbdam/Opdam, geboren ca. 1765 te Velsen als zoon van waarschijnlijk, Nanning Laurens (Ferdinandus) Obdam en nn, hij overlijd in Lisse op 25 februari 1758. Eerste huwelijk: Ary Nanningse van Opdam is j.m. geboortig tot Velsen, wonend tot Lisse trouwt  Aagje Claas van Noort zij  is weduwe, geboren en wonende tot Lisse. De getuige Huijg Meesz is vermoedelijk Huijg Bartholomeusz van Monnikkendam gedoopt Lisse 23-12-1703. Zij krijgen 1 dochter en 1 zoon.

Tweede huwelijk: Adriaan Nanningse van Obdam is weduwnaar van Aagje Claes van Noord, hij trouwt met Jaapje  Leenderts (Linders) van Tol is j.d., beiden zijn inwoners van Lisse. Zij krijgen 3 dochters en 1 zoon.
21-08-1748 tekent hij een verklaring van onvermogen omdat hij de begrafenis van zijn 2e vrouw niet kan betalen.

Derde huwelijk: Ariaan is weduwnaar van Jaapje van Tol, en trouwt  Lisse 13 oktober 1748 Marijtje Clemens Harteveld is j.d. gedoopt Lisse op 13 december 1720  getuigen Willem Jorisz. Kleijn en Marijtje Willems Kleijn,  als dochter van Clement Crijnsz. Hartveld en Regina (Rijkje) Willemsdr. Kleijn, en wonende Lisse,  zij overlijd in Lisse op 2 mei 1807. Samen krijgen zij 2 dochters en 3 zoons.
Zij is te Lisse meter van Marijtje Jans Beijnsdorp 25-06-1742, Marijtje Jans Beijnsdorp 10-03-1745 en van Ary Nannings Opdam 06-04-1775.

[RA Den Haag] in het Gaardersarchief "Lisse" verklaart op 1 maart 1758 Anna Jans Beijnsdorp dat het te begraven lijk van haar oom Arie Obdam is en dat hij onvermogend was. Zij zet geen handtekening maar een merkteken.

Op 27-05-1739 wordt in Lisse een Anna Jans Beijnsdorp gedoopt, d/v Jan Meesz Beijnsdorp en Pleuntje Clements Hartvelt (zus van Arie's 3e vrouw).
Anna Jans Bijnsdorp is tesamen met Clement Jacobs Hartvelt doopgetuige in Sassenheim 1767 bij Apollonia d/v Jacob Hartvelt en Aagje Jansz Ruijgrok. Anna is vermoedelijk verwant via de familie Hartveld en dus oomzegster..

Uit het derde huwelijk:  Nanning  Ariens (Ferdinandus) Obdam/Opdam, gedoopt te Lisse op 26 januari 1750, doopgetuigen zijn Jan Louwen en Griet Jacobs, hij overlijd in Hazerswoude op 13 april 1809, nalatende 5 kinderen. Trouwen doet hij komend van Warmond, in Sassenheim op 19 januari 1772 met Wijntje Florisdr. Bronsgeest, gedoopt in Lisse op 15 juni 1749 als dochter van Floris Egelse Bronsgeest en Jannetje Leenderts van Tol, zij overlijd in Hazerswoude op 2 februari 1824. Samen krijgen zij 5 dochters en 9 zonen.

Clement Nanningsz. Obdam/Opdam , geboren in Leiderdorp en gedoopt in Lisse op 9 april 1778, als zoon van Nanning Ariens (Ferdinandus) Obdam en Wijntje Bronsgeest, getuige(n) bij doop: Cornelis en Marytje Arisse Obdam, beroep Riet en Lijdekker, hij overlijd in Voorschoten op 5 april 1850, Clement Opdam 72 jaar, rietdekker, geb Hazerswoude, weduwnaar van Neeltje Kins, eerder van Maria van Tol en Ceuna Dobbe.

Clement of Clem zoals hij genoemd wordt trouwt 3 keer, de eerste keer in Warmond op 12 januari 1806 met Maria Dammesdr. Van Tol, gedoopt in Voorschoten op 19 april 1782 als dochter van Dammes Jans van Tol en Trijntje Janse Sollevelt, zij overlijd in Alkemade op 23 oktober 1830, uit dit huwelijk 7 dochters en 2 zonen,  

het tweede huwelijk is in Voorschoten op 27 februari 1835 met Cunera Dobbe, Bruidegom 57 jr, weduwnaar van Maria van Tol en bruid 56 jr, weduwe van Cornelis van den Bergh,

het derde huwelijk is in Voorschoten op 5 november 1847 met Cornelia (Neeltje) Kins,  getuige(n): Bastiaan van der Peet 26 jr, Antonius van den Berg 24 jr, Henricus Willeman 28 jr schoenmaker, Everardus Visser 35 jr zadelmaker
Clement Obdam 69 jr, is weduwnaar van Marijtje van Tol en van Cunera Dobbe. Neeltje 58 jr is weduwe van Johannes Verhoef.

Volgens de Garde National 1813 Wassenaar: zou Clement geboren zijn 25-03-1777, hij was in 1813 leidekker, had 3 kinderen en had een 73 jarige vader (schoonvader?) in huis.
Toen hij trouwde was hij rietdekker en woonde in Voorschoten. Zijn oudste dochter is geboren in Haarlem, de andere kinderen in Wassenaar en Alkemade. Gedoopt werden ze in Rijpwetering (Oud-Ade). Het gezin woonde aan de Zijl, dat gebied hoorde onder Warmond. De kinderen liepen naar school door het Lage Land. De vrije en Lage Boekhorst was in die tijd een kleine zelfstandige gemeente en lag aan de zuidkant van de Kagerplassen.
Het vervoer ging per trekschuit van Haarlem naar Leiden over het toen nog niet ingepolderde gebied van de Haarlemmermeer en langs de Kagerplassen.
In 1819 is in Alkemade een briefwisseling o.a. nr. 204, 205, 210, tussen de Schouten van Alkemade en hun voormalige woonplaatsen. "Clement Obdam, Rietdekker, Zijne Vrouw en 5 kinderen bevind zich uit hoofde van Werkgebrek en Ziekelijke gesteldheid zijner Vrouw in Armoede. Hij zelve is voorzien van Acte van Idemniteit van Lisse en zijne Vrouw van Voorschoten."
"Dit Huisgezin vereischte onverwijlden verzorging, en ik heb dus den Armmeesteren van den Heilige Geest Armen in Roelofarendsveen, onder wier ressort het zelve thans woonagtig is, verzogt daarin te voorzien voor rekening van Lisse voor 1/8, van Voorschoten voor 1/8, voor Wassenaar voor 5/8, en voor de Rijpwetering binnen deze Gemeente, waar onder het zesde Kind geboren is voor de resterende 1/8 part." Wassenaar weigerde te betalen vanwege een wetswijziging in 1818 (na de Franse Tijd) waarna Gedeputeerde Staten moest bemiddelen.
23-11-1833 te Leiden, acte 71 notaris Jan Burghart van Gent:
Theodora Lami, weduwe van Pieter van Egmond bouwvrouw wonende Vrije Lage Boekhorst, canton Noordwijk, is o.a. schuldig aan Clement Opdam, Rijpwetering f 12.50 (inv. 149 fol. 154).

Petrus (Pieter) Obdam/Opdam,gedoopt in Rijpwetering op 1 augustus 1809, getuige(n) bij doop: Arie Opdam, Anna van Buuren, als zoon van Clement Nannings Obdam en Maria van Tol,hij overlijd in Alkemade op 10 november 1882, getuige(n) bij overlijden: Kors Verhaar 44 jr arbeider schoonzoon en Klaas van Veen 58 jr arbeider,beroep rietdekker, trouwen doet hij in Alkemade op 27 december 1832 met Apolonia (Pleuntje) Laurense van Egmond, geboren te Alkemade op 27 juli 1812 als dochter van Laurens Dirksz. Van Egmond en Johanna (Jansje) Simonse van Egmond, zij overlijd in Alkemade op 14 juni 1844.samen kregen zij 4 dochters en 3 zonen.

Toen Pieter Opdam weduwnaar werd kwam zijn schoonzuster Adriana van Egmond, weduwe van der Geest, met twee kinderen bij hem in huis wonen. De namen van deze kinderen zijn: Pietje van der Geest, geboren in 1842, en Jannetje van der Geest, geboren in 1844, de geboorteplaats van beide meisjes was Leimuiden.

Hun oudste dochter sluit de rij , Maria Opdam , geboren in Alkemade op 5 augustus 1834, zij overlijd i.n Nieuwer-Amstel op 29 juni 1905, zij trouwt in Alkemade op 26 juli 1866 met Teunis de Groot, geboren te Alkemade op 20 december 1826 als zoon van Geert Hendrik de Groot en Barbara Borst hij is overleden in Nieuwer-Amstel op 20 juli 1893.

 getuigen bij huwelijk :
1e getuige : Jacobus de Groot, oud 34 jaar, arbeider, broeder van de bruidegom
2e getuige : Pieter Opdam, oud 58 jaar, rietdekker, vader van de bruid
3e getuige : Dirk Opdam, oud 27 jaar, rietdekker, broeder van de bruid
4e getuige : Kors Verhaar, oud 26 jaar, zwager van de bruid
Allen wonende te Aarlanderveen.
Op 24 april 1880 verhuisd naar Wormer. Op 25 februari 1881 verhuisd naar Nieuwer Amstel

Verbonden aan de Obdam/Opdam familie zijn we via deze Teunis de Groot en Maria Opdam.

De verbanning van Dirk Janszoon van Driel.



Heel lang geleden werd  mijn 13x overgrootvader ,Dirk Jansz. Van Driel  naar schatting rond 1385 geboren en hij is overleden na 1428. Hij woonde vermoedelijk vanaf 1419 in de Zwijndrechtsewaard, en was handelaar in haver, wegens doorbreken van een "vrede", omdat hij betrokken was bij de doodslag door zijn broer Pieter Jans van Driel begaan i.v.m. een familievete voor 1 jaar verbannen door het gerecht van Dordrecht (1423), vestigde zich daarna aan de Hordijk onder Ridderkerk.

Een erg rustig leven was het niet, want dit vond ik beschreven in Drie verwante geslachten Van Driel (Zuid-Hollandse eilanden, ca 1350-1650) door C.Sigmond en K.J.Slijkerman]. 

In Swindrecht leefden als landpoorters van Dordrecht, vier zonen van Jan van Driel, Heijke, Pieter, Dierc en Jan van Driel.

Dirck Jansz. van Driel trad in 1421 voor het gerecht van Dordrecht op als vertegenwoordiger van zijn moeder in een zaak met betrekking tot een schuld vanwege de pacht van land gelegen in de Zwijndrechtse Waard.

Een tweetal jaren eerder had Dirc Jansz. van Driel voor het gerecht van Dordt een beslag bestreden, dat gelegd was op haver in "Broer Cleisz.hoef" in de Zwijndrechtse Waard. Evenals zijn vader "Jan Jansz.die havercoper" handelde DircJansz. van Driel blijkbaar in haver, of trad hij in deze zaak op namens zijn ouders.

In 1423 wees het gerecht van Dordrecht vonnis in een zaak betreffende een "doorbroken vrede" tussen twee partijen. Als eerste van de vier veroordelingen die in deze zaak werden uitgesproken, werden de gebroeders Jacop Saltmansz. Willem Saltmansz. en Aernt van Riede elk voor vijf jaar verbannen, "omdat si wetende ene vrede gebroken hebben die tusschen tween anderen genomen was".

Volgens een artikel in De Nederlandsche Leeuw jrg. 1933 waren Willem van Almonde Aernt van Riede alias Almonde, Cornelis van Almonde en Jacob van Almonde de zoons van Philips Jansz.van Almonde. Hij was beleend met land in 's-Gravenambacht(ca.1401) en Rhoon (1413) en was vermoedelijk gehuwd met een dochter van Aernt van Riede Aerntz. Hoe de broers van Almonde bij de vete betrokken waren, is onduidelijk.

Als laatste van de veroordeelden werd Dirc van Driel genoemd, die voor een paar jaar werd verbannen omdat hij "boven de handvrede een mes getogen had op Wouter Willemsz.". Overigens lijkt Dirck van Driel in deze zaak slechts te zijn beschouwd als medeplichtige van zijn broer Pieter van Driel, die voor eeuwig verbannen werd omdat hij genoemde Wouter Willemsz. van Luic ter dood gebracht had. Pieter van Driel had deze doodslag begaan "boven ene hant- vrede die hi voer poirteren gheg(ron?)t hadde teghen Michiel Damaesz.".

Wie deze Michiel Damaesz. precies was en wat de reden van de vete was wordt uit de vonnissen in het klepboek niet duidelijk. Directe aanleiding voor de doodslag door Pieter en Dirck van Driel was wellicht een verwonding die hun broer Heijken van Driel was aangedaan. Deze aanslag had geleid tot verbanning voor vijf jaar van Wouter Damaesz. en Cleis Damaesz., "omdat si boven den vrede Heyken van Driel gequetst habben". Vermoedelijk waren de in de vonnissen genoemde Wouter Daemesz., Cleis Damaesz., Symon Damaesz., Lauris Damaesz. en Michiel Damasz. allen broers en vormden zij de kern van de ene partij. Laatstgenoemde, Michiel Damasz., was in 1429 landpoorter van Dordrecht"uut Zwiindrecht ende Rijerwaert".

Pieter, Dirck en Heijken van Driel behoorden tot de "harde kern" van de andere partij.

Het moet niet uitgesloten worden, dat Pieter, Dirck en Heyken van Driel verwanten waren van Hendrick van Driel, secretaris van de graaf van Holland (1411-1415,1432,1434), pachter van de grafelijke tol bij Gorinchem (1422-1424).
Deze Hendrik van Driel werd op 2 augustus 1434 bij overdracht door Wouter Dammasz., zijn oom, beleend met een grafelijk leen in Bodegraven. Deze oom Wouter Dammasz., zal identiek zijn met de bovengenoemde Wouter Damaesz., die in 1423 werd verbannen omdat hij Heijken van Driel gekwetst had!  Wouter Dammasz., eveneens een dienaar van de graaf (1390), was gehuwd met Aaf Damma Arnoutszdr.(1392) later met Elisabeth Florisdr.(1420). Ook genoemde Lauris Dammasz. was een grafelijk ambtenaar: hij was pachter van de Dordtse tol (ca.1403) en werd genoemd als ontvanger van door de graaf verkochte lijfrenten (1407). Glaudemans vermeld in zijn artikel "Veten in Haarlem 1365-1416", dat een "vrede" een tijdelijke wapenstilstand tussen vetevoerende partijen was, gedurende welke onderhandelingen moesten plaatsvinden over een definitieve oplossing, de "zoen". De vetevoerende partijen werden gevormd door verwanten van het slachtoffer of de dader van het onrecht dat het begin van de vete vormde. De uitgebreidheid van de "maagschap" was gebaseerd op banden van bloed en verwantschap, waarbij de verwantschapssolidariteit zich uitstrekte via zowel de mannelijke als de vrouwelijke lijn. "Als uiterste grens van de categorie verwanten werd doorgaans gesteld: diegenen die dezelfde overgrootouders hadden als het slachtoffer of de dader; de categorie werd soms uitgebreid tot diegenen die dezelfde betovergrootouders hadden". 

Gelet op de invloedrijke positie die zijn zoon Cornelis van Driel innam in de omgeving van de Hordijk, kan verondersteld worden dat Dirck van Driel na zijn verbanning in die omgeving terecht is gekomen. Een mogelijkheid zou zijn, dat Dirck Jansz. van Driel zich na 1423 gevestigd heeft in de nog nauwelijks bedijk te gebieden van de Riederwaard. In 1443 was in een van de oudste polderrekeningen van Oud-Reijerwaard wel sprake van "Dirck Jansz. dijck", maar hiermee zou een op dezelfde pagina reeds genoemde Dirck Jansz. van Leijden bedoeld zijn.